Wow, Bahama’s, deel 2, mei/juni 2021

Na al die rustige eilanden met nog stillere gehuchten, wandelingen waar je uren geen mens of auto tegen komt, lege stranden en het ontbreken van gezellige terrasjes, ben ik wel toe aan wat reuring. George Town, Exuma eilanden, daar moeten we volgens de ingewijden zijn. De Exuma’s zijn, naast de stad Nassau op het eiland New Providence, dé toeristische contreien van de Bahama’s. Nu zijn er vanwege één of andere pandemie op dit moment weinig toeristen, maar de mogelijkheden tot vertier zullen er toch nog steeds wel zijn?

Het antwoord is kort: ‘nee’. Vol goede moed droppen we ons anker in wederom geweldig blauw. Met nog meer moed stappen we in de dinghy en varen het stadje in. Maar ook hier is stadje (zelfs al is het verkleind) een groot woord. Ok, er is een redelijk gesorteerde supermarkt, er zijn wat restaurantjes (waarvan een deel (in ieder geval ‘s middags) gesloten), er is een groentemarkt (bestaande uit 3 kramen) en er bewegen zich wat meer mensen op straat dan in de eerder bezochte settlements. Maar dat alles brengt ons geen enkel gevoel van gezelligheid. Nadat we boodschappen hebben gedaan, een fortuin hebben neergeteld voor wat verse groenten, eieren en een brood, zoeken we een ankerplekje tegenover de stad op. Mede omdat we met de kiel schurend in het parelwitte koraalzand liggen. De HM hoeft bijna geen moeite meer te doen om te drijven, ze kan nagenoeg staan. Het is zondag en bij de beachbar op het kleine strand is wat vertier. Het begint ergens op te lijken.

Regelmatig hebben we app-contact met de crew van de Doejong of andere zeilers-bekenden. Internet is hier bijzonder goed, zelfs op afgelegen plekken en behoorlijk ver op zee. Dan wisselen we tips uit van leuke ankerplekken en dito activiteiten. Één van de ‘beroemde’ belevenissen van de Bahama’s is het zwemmen met varkens. Eigenlijk een raar dingetje. In Nederland zou je er niet over piekeren om met een varken te gaan plonsen. Het wereldberoemde Pig Beach trekt hier echter jaarlijks hordes toeristen. Er blijkt ook een ‘nep Pig Beach’ op een ander eiland te zijn. Ook hier komen soms toeristen, maar omdat die er nu maar mondjesmaat zijn hebben wij het strand voor ons alleen. Het klinkt misschien vreemd, maar de varkens zijn echt schattig en er lopen heel veel biggetjes op het strand. Ze lijken het ook leuk te vinden om met je mee de zee in te gaan, maar dat komt volgens mij voornamelijk omdat ze denken dan wat te eten te kunnen scoren. De volgende ochtend zien we een toeristenboot op het eiland af varen. Wij willen ook nog wel een keer varkentjes knuffelen en het is ook wel leuk om weer eens mensen te spreken. Dus starten we de dinghy nogmaals om naar het strandje toe te varen. De stoere atletische boatboys kennen alle varkens bij naam en karakter. Heel lief en begaan zijn ze met de dieren. Dat doet ons goed. En ze weten twee grote pijlstaartroggen te lokken naar het ondiepe water voor het strand. Die zwemmen als je niet oplet constant tegen je benen aan. Je kunt ze zelfs een beetje ‘aaien’. Één van de boys neemt er zelfs één in zijn armen. Of Koen het ook wil proberen? “Ja natuurlijk!”, glundert Koen. En een paar minuten later heeft ie met een glimlach van oor tot oor een halve vierkante meter rog in zijn armen liggen. Nu maar hopen dat het imposante dier het net zo leuk vond als Koen…

We blijven telkens een paar daagjes ergens achter ons anker hangen en zeilen dan weer naar een volgend turquoise, aquamarijn, cyaan, konings- of marineblauw plekje of een combinatie van deze tinten. Soms zijn de kleuren zo fel dat het bijna zeer doet aan je ogen. Het blijft verbazen en is vaak onwerkelijk schitterend. We zeilen inmiddels op de Bahama Bank. Min of meer achter een enorm rif met eilanden dat ons scheidt van de Atlantische Oceaan in vrij ondiep water (tot een meter of tien) en tussen de zandbanken. Dat klinkt als rustig zeilwater, maar het is verdomd goed opletten met al die ondieptes en koraalrotsen die soms tot slechts enkele decimeters onder het wateroppervlak liggen. Het is ook een enorm oppervlak aan water achter hele vlakke eilandjes en het kan er behoorlijk spoken. Zoals vandaag. Vanochtend vertrokken met 15 knoopjes wind, lekker relaxed. Hebben we de afgelopen weken voornamelijk ‘voor de wind’ gezeild, nu is het koersen op halve wind. Naarmate de uren verstrijken trekt de wind flink aan tot net boven de 20 knopen. Nog altijd met volle zeilen zien we heel af en toe tijdens een windvlaag 25 knopen voorbij komen op de windmeter. Het hemelse blauwe water heeft daardoor vandaag ook haar bokkenpruik op. Schuimkopjes en kleine rollende golfjes kleuren het zeewater grijsblauw en spetteren zo nu en dan over het voordek. Maar we lopen lekker! We zijn nog maar enkele mijlen van de beoogde ankerplek verwijderd. We hellen stevig over bakboord en snijden door de golven als een warm mes door de boter. “BAM!” We worden allebei naar achter tegen de kuipbank gegooid. “Huh?” “Wat?” Verschrikt kijken we elkaar met grote ogen aan. De HM klappert even met de zeilen en gaat weer onverstoorbaar door. “Wat gebeurde daar nou?” We werden door een windvlaag, ik zag met een bonkend hart nog net de windmeter teruglopen naar 29 knopen (zo tegen windkracht 7), zowat helemaal plat gegooid. Het gehele gangboord werd compleet door het bruisende water getrokken en volgens mij raakte zelfs de genua het water. Meerdere tiewraps van de ‘schaamschotten’ die aan de zeereling vastzitten, zijn los getrokken. Pffff, dat was behoorlijk schrikken! We kijken eens rond, doen binnen een inspectierondje en concluderen dat er buiten de ontbrekende tiewraps geen schade is. Alleen misschien een beetje aan mijn vertrouwen. We rollen de genua in, laten het grootzeil zakken en motoren de ankerbaai in. Omdat we hier in het meer toeristische gebied zitten waar (in normale tijden) ook veel charterboten komen, zijn bepaalde ankerbaaien hier vol gelegd met moorings. Net alsof die boten geen ankers hebben… Maar het zal wel zijn vanwege de dollars. En misschien vanwege de onkunde op het gebied van ankeren van de huurders. Ons lijkt betalen voor een mooring onzin. De holding van je anker is hier namelijk over het algemeen erg goed omdat de zeebodem zand is. Er is overal ruimte genoeg in ondiep water en zelfs zonder duikbril op kun je zien of je anker gedegen is ingegraven.

Vlak voor het mooringveld, met een prachtig klein strandje voor de deur, is een top plek om ons anker in het zand te laten vallen. We varen een rondje om de dieptes te checken. Helmaal goed! Kop in de wind en met een plons valt het anker in het zwembadwater. Tenminste, dat was de bedoeling. Koen drukt meerdere malen op de ‘down’-knop van de afstandbediening van de ankerlier, maar er gebeurt helemaal niks. Ik probeer de schakelaar in de kuip, maar ook deze geeft geen sjoege. Huh! Gvd! Wat nu weer? We poekelen naar een vrije mooringboei en haken de HM eraan vast. Toch wel fijn dat die boeien hier liggen (bloos)… Even rustig nadenken. Gelukkig is captain alias elektricien Koen vandaag heel goed uitgeslapen. Ik zie zo’n gloeilampje in een wolkje boven zijn hoofd verschijnen. Hij duikt maar weer eens de motorruimte in. En hoe kan het ook anders, als ie terugkomt werkt de ankerlier weer. Wat blijkt nou: tijdens onze ‘gangboord door het water’-actie zijn er wat spullen, die opgeborgen zijn in de motorruimte, verschoven. Onze petroleumkachel (ja, die sjouwen we al bijna 4 jaar ongebruikt mee) is tegen een zekeringkastje aan gevallen en heeft wat los gestoten. Je raadt het al: de zekering van de ankerlier. Jippie! Alsnog bij ons privéstrandje voor anker. Dinghy laten zakken en op verkenning uit. De mangroven van Shroud Cay in. In tegenstelling tot in de Dominicaanse Republiek zijn ook de mangroven hier gevuld met heel veel flessen Spa Blauw. We zien vanuit de dinghy de schildpadden en barracuda’s voor ons uit zwemmen. Aan het eind van de kreek dabberen we tot aan onze enkels door de beige/witte modder om op het strand aan de oostkant van het eiland te komen. Een breed zandstrand met wat koraalplaten waarop de onstuimige zee uitgebreide sporen wit schuim achterlaat. De HM ligt heel mooi rustig aan de leizijde van het eiland. Dat is fijn. Maar om vanaf het strand te kijken naar zo’n woeste oceaan blijft fascinerend.

Wat ons hier toch wel een beetje tegenvalt is de onderwaterwereld. Met zoveel eilanden, riffen en sprankelend water hadden we daar wat meer van verwacht. Een enkel plekje daargelaten, waar je dan natuurlijk ook gelijk niet de enige snorkelaar bent, is het vooral zand wat je ziet als je naar beneden duikt. Ben je op dat enkele bijzondere plekje dan is het ook echt fraai. ‘The Aquarium’ bij O’brien Cay met veel verschillende soorten koraal en vissen op snorkeldiepte, het spel van licht en water in de Thunderball Grotto (vernoemd naar de gelijknamige James Bond film waarvan scenes hier zijn opgenomen), het beeld van een zeemeermin bij een piano wat door David Copperfield is geschonken en afgezonken naar een meter of 5, de ettelijke in zee neergestorte (water)vliegtuigjes. Ze leveren allemaal mooie plaatjes op. Maar het meest fascinerend vinden wij de Rocky Dundas bij Compass Cay. De kleurenpracht in de door erosie als natuurlijke kunst uitgesleten grotten waar je in kunt zwemmen en in de grote holle ruimten op de rotsen kunt klimmen, is imponerend. Met mooi, vrijwel onbeschadigd koraal voor de ingang. Hier worden we weer enthousiast van. Samen met de haaien die het op bijna iedere ankerplek weer spannend maken om te zwemmen zijn dit de kersen op de onderwater-taart.

Tussen alle sightseeing door komt elk ontbijt, lunch, sunset-borrel en diner één onderwerp telkens weer ter tafel: hoe nu verder? Soms heel even, soms uitgebreid. Soms zijn we het samen helemaal eens, soms is er discussie. Soms begripvol, soms met irritaties over standpunten van de ander. Met uiteindelijk een conclusie waar we allebei achter staan: we gaan niet terug naar Curacao voor het onderhoud van de boot, we gaan dit in de USA doen. Doordat we steeds noordelijker de Bahama’s in zijn gevaren (en we gaan nog wat verder noord omdat we na het zien van de serie Black Sails in ieder geval Nassau willen bezoeken) zijn we inmiddels heel dicht bij de oostkust van de USA. Florida is nog maar een paar honderd kilometer bij ons vandaan. En wat staat al vanaf het begin van onze reis op de bucketlist? Met de HM langs het Vrijheidsbeeld in New York varen (en New York dan ook bezoeken natuurlijk). Wederom is ‘waarom deze kans nu voorbij laten gaan’ doorslaggevend.

In Nassau vergapen we ons aan de enorme hotels. Vele van hen zijn nog dicht of slechts deels geopend. Er zijn geen cruiseschepen, toeristenrestaurants en -winkels zijn gesloten. Rondom de meer lokale tentjes is volop leven in de brouwerij en we laten ons verleiden om bij een shabby restaurantje onder de brug van Nassau naar Paradise Island (waarop het fameuze Atlantis Resort gevestigd is) te lunchen. Vooraf  conch-fritters. Die heb ik zelf inmiddels ook al eens gemaakt van zelf gevangen conch en dat vond ik toen best geslaagd. Het zijn een soort kleine oliebollen met conch-vlees erin. Nou… die van mij deden echt niet onder voor deze door een lokale kok bereidde. Goed gedaan meissie! Daarna een heerlijk gebakken visje met vette patatten en een lokaal Sands-biertje. Oh, wat kan ik genieten van frietjes. Één van de dingen die ik héél af en toe héél erg kan missen. Met de buikjes goed gevuld en goed gezind stappen we in de dinghy terug naar de HM. Een uurtje later vinden de patatten het niet meer leuk in mijn buik. Of vooral de vettigheid die verwerkt moet worden denk ik. Wij eten te gezond, ik kan gewoon niet meer tegen een overdosis vet…

Als we alle overblijfselen van de forten van de piraten-kapiteins Vane, Blackbeard en Long John Silver hebben gezien (uhm, vooral erbij hebben gefantaseerd want veel is er niet meer van terug te vinden) en al rondvaren met een potje zand waar Johhny, alias Jack Sparrow, Depp volgens Rosan met zijn blote billen op heeft gezeten omdat het van zijn privé eiland komt, we onze proviand voorraden bij de Super Value (die naar Bahamiaanse begrippen inderdaad value for money geeft) weer hebben aangevuld, zijn we klaar om naar de USA te vertrekken. Niet alleen omdat het orkaanseizoen in aantocht is, het is inmiddels alweer bijna 1 juni, maar ook omdat ik wel een beetje Bahama-moe ben. Ik kan me helemaal voorstellen dat het fantastisch is om hier een paar weken op vakantie te gaan. Het met geen enkele andere plek, die we tot nu toe hebben bezocht, vergelijkbare heldere water, de zon, prachtige hotels gecombineerd met uitstapjes naar de toeristische trekpleisters bezorgen je vast een heerlijke tropische vakantie. Maar om hier week na week, of zoals menig (veelal Amerikaanse) zeiler hier zelfs maanden rond te hangen, vind ik persoonlijk toch iets teveel van het goede. Koen geniet ook vooral heel erg van de tropische temperaturen en ziet een beetje op tegen lente en herfst in de USA. Ik vind de Bahama’s mooi, maar ook heel veel van hetzelfde. Het is mooi geweest, de ‘wow’ is verdwenen. Ik wil verder. Maar daar wordt vooralsnog een stokje voor gestoken. Het weer is niet bestendig, er hangt veel onweer in de lucht voor de kust van de USA en de goede wind-weervensters zijn eigenlijk net iets te kort om in Beaufort of Norfolk uit te kunnen komen. Wachten dus. Verwaaid liggen heet dat dan. Op een tropische plek, dus niets mis mee. Vooral niet als ik ‘s ochtends wakker wordt en een app lees van Rosan van de Doejong. Zij zijn de dag ervoor vertrokken vanaf een ander Bahama-eiland en onderweg naar de Azoren. Begonnen aan de Atlantische oversteek, met als uiteindelijk doel terug naar Nederland. Maar, zo lees ik in de app, ze hebben pech en daarom afgebogen naar Nassau. Of wij daar nog zijn? Hun mastvoet is gebroken. Dat is de paal binnen in de boot waar de mast op rust. Oei! Dat klinkt ernstig. Terwijl we aan het ontbijt zitten zien we ze de baai binnen varen. Ze droppen het anker naast ons. We gaan gauw poolshoogte nemen. Gelukkig is er niemand gewond en geen gevolgschade maar er moet wel eerst een reparatie plaatsvinden voordat ze verder kunnen. Er moet een vervangende metalen paal gezocht worden en vervolgens geplaatst en gemonteerd worden middels lassen of schroeven. Geen heel eenvoudige opgave. Door ons vele gesjok door de stad in de afgelopen week hebben we her en der wel wat afvalmateriaal en bedrijfjes gezien die wellicht van dienst kunnen zijn. Koen gaat met Rosan, Arnout en kleine Berend op zoek. Na uren komen ze vol verhalen en met vermoeide benen en schouders terug met alles wat nodig is voor het herstel.
Wij proberen de twee hardwerkende bikkels af en toe te helpen. Koen door de paal goed mee onder de mast te krijgen en wij samen door tijd met Berend door te brengen. Het is heerlijk om met het kereltje op avontuur te gaan. Te schommelen, in de branding te spelen, de vuurtoren te beklimmen. Maar vooral om ons te verbazen over zijn kinderwijsheid en oneindige fantasie. Het gemak waarmee hij verhalen uit de mouw van zijn schattige kleine wetsuit schudt, gecombineerd met wijsheden van zijn pappa en mamma. Dat alles resulteert onder andere in een verhaal over Roodkapje die door een space ship wordt meegenomen en daarom niet meer in het verlaten huisje woont waar we op dat ogenblik rond struinen. Ook het dieren dominospel heeft Berend-regels. En hij doet graag verstoppertje, klimt via de buiskap op de giek en speelt ‘verdwenen’. De gekleurde disco-lampjes-slang in de kajuit gaat aan en we bouwen een klein feestje. Dansen, springen, zingen. We proberen Berend ‘ik heb een toetoetoeter op m’n waterscooter, en daarmee toetoetoeter ik naar jou’ te leren en hopen dat we daarmee niet al teveel afbreuk doen aan de door paps en mams geleerde zaken. Maar een beetje Brabantse cultuur in de vorm van Carnavalsliedjes hoort ook bij je opvoeding toch? Al met al genieten zo’n jochie. Tijd voor (surrogaat)kleinkinderen??… Hihi… In ieder geval tijd voor nieuwe bestemmingen. We hebben ondertussen tijd genoeg gehad om alles en iedereen lastig te vallen voor informatie over mogelijke bootwerven in Amerika waar de HM een facelift en schoonheidsbehandeling kan krijgen. En de keuze laten vallen op Deltaville in Virginia. Vanaf half september qua klimaat prima om een paar maanden te klussen en daarvoor nog voldoende tijd om naar New York te varen.

Het weervenster is nu goed. Misschien net iets te zwakke wind voor onze heavy dame maar dat nemen we maar op de koop toe. De dieseltanks zijn afgetopt. Het belangrijkste is dat de thunderstorms even geweken lijken te zijn of in ieder geval verzwakt. We durven het wel aan. Met het vooruitzicht om via Grand Bahama, waar we gaan uitklaren, binnen een dag in de Golfstroom terecht te kunnen komen. Een stroming die van zuid naar noord langs de oostkust van de USA loopt. En volgens zeemansverhalen ongekende bootsnelheden kan opleveren. En dus met weinig wind toch nog vooruitgang. We gaan het meemaken. En hopen dat Uncle Sam gedurende de tocht geen Covid-regels gaat wijzigen. Op dit moment mogen we er zonder pcr-test en zonder quarantaine binnen. En zo vertrekken we dus met alleen een Amerikaans visum (wat wel een vereiste is) en heel veel zin in Amerikaanse avonturen. Fingers crossed!

6 gedachten over “Wow, Bahama’s, deel 2, mei/juni 2021

  1. Carolien Beantwoorden

    Wauw. Weer een heleboel meegemaakt. Mooi verhaal. Spannend zal het af en toe zeker zijn.
    Heel veel succes en geniet in Amerika. Liefs van Peter en Carolien xxx

  2. Roni Beantwoorden

    Wauw surrogaat kleinkinderen. Daar droom ik ook altijd over. Nu eerst Canada zien aan te tikken. Goede vaart!

  3. wilma Beantwoorden

    wat een verhaal weer succes voor het volgende wat jullie ondernemen .groeten uit holland.wilmolger

  4. Bram Beantwoorden

    Hoi Koen en Yvonne, nog wat aanraders voor de oostkust zijn Mystic seaport museum(mag je een nacht gratis liggen als buitenlands jacht) en Patomic river op en ankeren(als dat nog mag) midden in Washington met op loop afstand de stad met alle gratis musea. Verder natuurlijk het noorden Main. Succes met alle werkzaamheden en geniet van Amerika.

    Hartelijk groet Bram sy Tarpan

  5. Irene Beantwoorden

    Heerlijk verhaal weer ! De Big Apple toch ook maar weer even meepikken ! Doen jullie goed !

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.