Sprookjesland, 09-11-2016

dsc06953Charleroi, in ons beider herinnering bekend van doorreizen naar het zuiden, grijs, grauw, industrie. Misschien is alles vanaf het water anders?Want La Sambre, de rivier die door Charleroi stroomt, dat klinkt best idyllisch. Maar het is een vieze rivier, door een industriële omgeving. De industrie maakt dit deel van de reis overigens wel interessant. We vragen ons bij het zien van al die machines, transportbanden en opslag steeds maar weer af hoe alles toch werkt bij de glas-, staal- en afvalverwerkingsindustrie. Er is ook veel spook-industrie; leegstaande, vervallen, half weggerotte fabriekspanden. We wanen ons soms in de ‘temple of doom’, een creepy omgeving. Her en der hebben grafitty-kunstenaars wat kleur aan de groezelige contreien gegeven. Soms politiek getint, soms alleen maar mooi. Gelukkig kleurt de lucht ook helder blauw waardoor alles wat vriendelijker oogt. En treffen we net voor de volgende drie sluizen een vriendelijk Brits echtpaar. Zij varen op een Nederlandse kotter met de oerhollandse naam ‘Johanna’. Mede-levensgenieters. Ze wonen een half jaar op hun boot en varen dan in België en Frankrijk. De boot overwintert vanaf volgende week in Mons (België), ze gaan zelf dan aan wal. In Florida wel te verstaan. Genoeg van de Britse kou en regen hebben ze een winterverblijf in the sunny state gekocht. Ze bieden aan om in elke volgende sluis langszij te gaan. Fantastisch, zij doen het werk, wij hoeven alleen gezellig te babbelen. Mensen naar ons hart…
We overnachten aan een kademuur bij een elektriciteitscentrale waar we worden getrakteerd op een gouden zonsondergang die in schril contrast staat met de omgeving waarin we verblijven.

Het Canal du Centre is saai, recht, weinig te beleven. Totdat we via een aquaduct bij de ascenseur Strépy-Thieu aan komen…. een Efteling-attractie is er niets bij! Je vaart met je boot in een grote bak met water. Het takketakketakketak-geluid van een achtbaan klinkt en de badkuip met water wordt rimpelloos in nog geen 10 minuten zo’n 70 meter naar beneden gelaten. Wat een belevenis! En dat alles gratis en voor niks! Dat is nog eens waar voor je geld ;-). Ik weet niet goed hoe ik het moet fotograferen en filmen om het realistisch te laten zien aan het thuisfront. En ondertussen wil ik ook nog genieten van het gebeuren. Het saaie kanaal is in één klap verdwenen, het is een topdag! Beneden lijken we in Teletubbieland te zijn aangekomen. Het decor van die serie moet als voorbeeld hebben gediend voor de perfect aangelegde groene glooiende heuvels met gerangschikte boompjes.
Natuurlijk bezoeken we ook het historische kanaal met de oude schepenliften. In vervlogen tijden werd je namelijk via 4 liften van ieder ongeveer 17 meter verval naar beneden gebracht. We hebben geluk, er vaart juist een rondvaartboot door het oude kanaal en we zien de laatste historische lift dus ook nog in werking.

dsc06957 dsc06992 dsc07020

Twee dagen later passeren we dan eindelijk de Belgisch-Franse grens. Een verlaten douane-huisje, geen controle. Wel een boulanger om de hoek met heerlijk vers brood, nog net in België dus nog geen Franse baguettes. Als het einde van de middag nadert gaan we op zoek naar een ligplaats voor de nacht. Voor de sluis van Péronnes is ons idee. Bij bijna iedere sluis is een mogelijkheid om aan te leggen. Hier echter niet :-(. Het begint al bijna te schemeren. Hup, dan toch maar door de sluis. Ik roep de sluismeester aan, hij geeft aan dat we met het vrachtschip mee kunnen dat al bijna in de sluis gereed ligt voor het schutten. We varen met een slakkengangetje richting sluis. Het vrachtschip ligt er midden in, we passen er echt niet bij. We horen Frans gerebbel over de marifoon, maar kunnen er niets van maken. De sluiswachter komt naar buiten en roept ons toe toch echt door te varen. Het vrachtschip maakt met veel gekolk plaats, we varen in, passen er net achter. We krijgen nog wat aanwijzingen omdat onze uitstekende mast achter nog boven de drempel zit. Als we zo blijven liggen blijven we bij het zakken van het water zweven… dus nog een paar metertjes naar voren. Alles vast en gaan met die banaan. Na de sluis direct een overnachtingsplek zoeken. Het wordt aanleggen aan een ‘rattenboot’. Een voor de sloop rijp, oud en roestig vrachtschip. Koen schijnt even met een zaklamp bij één van de patrijspoorten naar binnen: ‘Heel veel rotzooi en ratten.’ Maakt ie nou een grapje? ‘Nee, alle raampjes en kuiptent dicht, die beesten zitten zo bij ons aan boord!’ In gedachten zie ik monsieur et madame Rat al een groot gezin stichten in de bilgen van onze HM. Daar bevinden zich allemaal mooie kleine kamertjes voor de broertjes en zusjes Rat. Getsie, ik moet er niet aan denken. Laat ze maar lekker op hun eigen Franse rattenboot blijven. Dagen later kom ik er achter dat ie geen rat gezien heeft…

We varen l’Escaut op, het Franse deel van de Schelde. Dan denk je aan een brede, druk bevaren rivier. Als we bakboord uit gaan lopen we echter gelijk vast. Oh nee toch! We zullen toch niet nog meer moeten ‘om varen’?! Please, laat de l’Escaut diep genoeg zijn. Motor in de achteruit, vooruit, achteruit, en ja we zijn weer los. Een paar meter verder naar bakboord lukt het wel. Met 20 centimeter onder de kiel blijft het echter spannend. Ik zie een vertwijfelde blik achter het roer, een gespannen snoet. Mijn opgewekte stemming is omgeslagen in een soort examenstress. We zullen toch geen dagen, laat staan weken, in (te) ondiep water hoeven te varen? Wat voor vertrek nog zo heerlijk avontuurlijk leek, de romantische smalle en ondiepe kanalen, voelt nu meer als een vervelende droom. De omgeving is prachtig, we varen door met herfstkleuren getooide bossen, pittoreske dorpjes, maar we kunnen er niet van harte van genieten. ‘Laten we aanleggen bij de eerstvolgende Halte Nautique die in de Vaarwijzer is vermeld.’ Direct na een laag houten bruggetje buigen we af. BAM! Weer vast. Weer heen en weer, heen en weer. Nogmaals heen en weer, en nogmaals. Yes! Los! ‘Zullen we maar een ander plekje zoeken?’ ‘Goed plan!’ Het duurt niet lang voordat we bij de volgende uitdaging zijn aangekomen: een sluisje dat we zelf moeten bedienen. Met een afstandsbediening om de deuren te openen en het schutten in gang te zetten wel te verstaan. Via een intercom melden we ons bij een sluiswachter en via een luikje in het onbewoonde sluiswachtershuisje krijgen we de afstandsbediening aangereikt. Hihi. Grappige combi, zo’n lekker kneuterig huisje en zo’n hippe techniek.

We zijn een topteam. Het ene na het andere sluisje wordt op afstand geopend, landvasten om de bolders werpen (we trainen voor de kampioenschappen lasso werpen), knop voor het schutten indrukken, de HM borrelt en bubbelt omhoog. En weer verder! De omgeving is prachtig, na elke bocht weer andere mooie bossen en vergezichten. Voor ons geen rimpeltje op het water. IJsvogeltjes op de stenen rand van het kanaal, kwetterende vogels, heel veel reigers, eenden, ganzen en watervogels die we niet kennen. En een dikke rat die snel een holletje in glipt.
Na de 13e sluis vinden we het bijna welletjes voor vandaag. Maar als we er nog 8 doen dan kunnen we morgenochtend om 9.00 uur door de 5,5 kilometer lange tunnel van Riqueval gesleept worden. We zitten in de juiste flow, dus doen!

dsc07140 dsc07123 dsc07109

In een dromerige ochtendmist varen we in een half uurtje naar het begin van de tunnel. Alsof een rookmachine lieflijke wolkjes boven het spiegelachtige water heeft geproduceerd. Alles kleurt pastel en ademt frisheid. We worden aangehaakt achter een sleepboot die op elektriciteit en via een ontzettend dikke ketting in het water voortbewogen wordt. De HM wordt een donkere buis van 3,5 meter hoog en 5,5 meter breed ingetrokken. We hebben de bovenkant van de achterbrug, naast de zonnepanelen, beschermd met fenders. Voor het geval dat… dat blijkt niet nodig. Voldoende hoogte, maar vooral een goede kapitein zorgen ervoor dat we er veilig doorheen komen. Het is koud en donker in de tunnel. En de ketting van de sleepboot maakt een hels kabaal. Ik ga maar een warm bakje koffie zetten. Na zo’n anderhalf uur zien we licht en we ruiken buitenlucht. Het lichte ovaal wordt steeds groter en feller. Langzamerhand verschijnt er wat kleur in. Smaragdgroen, goudgeel, diepblauw. Als we buiten komen zijn we beland in Droomvlucht, of in het sprookjesbos. Ik verwacht elk ogenblik een elfje te spotten, of Hans en Grietje, of misschien wel Sneeuwwitje met de 7 dwergen. Wauw! Wat is het hier oogverblindend mooi. Bijna (of helemaal?) perfect. Ben ik hier echt? Jaaaaa! Het Canal de Saint Quentin kronkelt en kabbelt als een smalle kreek door een sprookjesland. Zodadelijk nog een tunnel (van 1 kilometer) waar we zelf doorheen mogen varen. Weer het donker in. Maar ook aan het eind van deze tunnel komen we in een sprookjesboek terecht. Ik kan niet ophouden met foto’s maken van deze lust voor het oog. Eigenlijk niet nodig want dit wordt zeker op mijn interne harde schijf opgeslagen. Maar mocht er toch ooit, in de verre toekomst, een kras op komen… dan heb ik in ieder geval de foto’s nog.

We varen Saint Quentin binnen. Een middelgrote stad. Er is een grote kermis. Het sprookje is (tijdelijk) over. Of toch niet? Als we ‘s avonds gaan slapen ligt er een allerliefst kaboutertje naast me, compleet met slaapmuts op z’n kale bolleke.

15 gedachten over “Sprookjesland, 09-11-2016

  1. Astrid Deutekom Beantwoorden

    Wat een prachtige verhalen, heerlijk om te lezen en zo maken wij ook jullie droomreis mee.
    Nog heel veel plezier toegewenst en ook indien nodig succes.

    Liefs Eric en Astrid

  2. Irene Verbeek Beantwoorden

    Geweldig verhaal weer, Yvonne ! Genieten ! Voor jullie om het mee te maken en voor ons om het te lezen !

  3. wilma Beantwoorden

    het was weer heel spannend, zit in gedachten ook op zo’n boot met mijn maatje. tot het volgende verhaal.xx +poot wilmolger

  4. Mario Beantwoorden

    Wat weer een heerlijk verhaal om te lezen, kijk alweer uit naar het volgende prachtige verhaal met vele belevenissen van jullie.

    Dikken kus van de vandaaltjes

  5. Andrea Beantwoorden

    Wat een mooie reis. Wat een belevenissen. En zo mooi geschreven,Yvonne!
    Gezellig om in droomland met een kaboutertje te mogen slapen…

    • j janssen

      Coen en Ivonne een prachtig verhaal , wij hopen dat jullie dat de hele reis doen dan kunnen wij nog lang genieten.
      Jan en Annie Janssen

Laat een antwoord achter aan Irene Verbeek Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.