Vind ik leuk, 02-02-2019

Ik word wakker met een bijzonder gevoel. Er is iets met de dag die komen gaat. Of er was iets. Twee februari, de trouwdag van onze Hare Majesteit. De koningin der Nederlanden wel te verstaan met haar Wim-Lex. Maar dat is niet wat deze dag voor mij een memorabele maakt. Twee februari in 2018, precies één jaar geleden, zal ik niet snel vergeten. De dag dat ik wakker werd en Koen riep: “land in zicht!”. De dag dat wij na de Atlantische oversteek eindelijk de champagne konden ontkurken en na 18 gebroken nachten in een diepe maar vooral lange slaap konden vallen.

We dobberen nu dus al een jaar rond in de Caribische Zee. We voelen ons inmiddels een klein beetje ervaren en weten steeds beter wat we wel en niet willen, wat wel en niet handig is, hebben al heel veel geleerd maar we leren ook nog iedere dag. Één ding is heel duidelijk; we willen wat meer aan land zijn. En dus besluiten we een auto te huren en naar de hoofdstad van Puerto Rico, San Juan, te rijden. Maar niet voordat we Oudjaar hebben gevierd met de Spaanse Gema, haar Britse echtgenoot Nick, hun in Amerika geboren kinderen Sofie en Oliver en de Noord-Ierse solozeiler Ian. We starten met een Spaanse traditie. Om middernacht in Spanje, bij ons 19.00 uur, eten we bij iedere klokslag van een historische klok in Madrid die we via een Spaanse televisiezender volgen, een druif. Twaalf stuks. En dat valt nog niet mee om die zo snel weg te kauwen. Maar het lukt iedereen en daarmee hebben we geluk voor het jaar 2019 over ons zelf uitgeroepen. Dat is in ieder geval een prima begin van het nieuwe jaar. Daarna eten en borrelen we gezellig samen. De wijn, bier, cocktails en Ierse whiskey zorgen ervoor dat we op Nieuwjaarsdag lekker niks doen. Ik luier, lees, droom weg en ga lekker op tijd te kooi om morgen fris te kunnen vertrekken naar San Juan.

Op advies van Nick maken we voor het eerst in ons leven gebruik van een Uber-taxi. Naar het vliegveld, 10 kilometer verderop, waar we de huurauto kunnen ophalen. Via de Uber-app is dat echt zó easy. Je kunt de taxi zelfs zien rijden in de app en dus precies zien wanneer die bij jou in de buurt is. Afrekenen gaat online en zelfs de fooi kun je digitaal regelen. Maar dat vinden we niet zo leuk en doen we contant. Tenminste, als het een vriendelijke chauffeur is. En dat is deze teveel vet mee torsende en enigszins norse man niet. Hij spreekt geen woord Engels en wij te weinig Spaans. Hij doet geen moeite en dus geven wij geen fooi.
Onderweg constateren we dat we vergeten zijn onze paspoorten mee te nemen. Tjeetje, dachten we deze keer toch echt goed voorbereid op reis te gaan door gisteravond alles al te verzamelen en in te pakken. Nu maar hopen dat het autoverhuurbedrijf legitimatie met uitsluitend Koen zijn rijbewijs wil accepteren. Ik kan mezelf helemaal niet legitimeren, heb echt niets bij me dat op mijn naam staat. Handig hoor, zo op reis gaan in het buitenland… 

Maar het komt allemaal goed. We nemen de tolweg naar San Juan, proberen de vele en vooral enorme kuilen en gaten in het asfalt te ontwijken, komen zonder schade aan, vinden een gratis parkeerplaats en dompelen ons onder in het enorm drukke historische centrum van San Juan. Er liggen maar liefst drie grote cruiseschepen en dat is echt íets teveel.
Dat is waarschijnlijk de reden waarom mijn herinnering enigszins vertroebelt. Vooral het enorme gazon voor het fort binnen de oude dikke vestingmuren, waar kleurige vliegers door enthousiaste vaders worden opgelaten tegen een hemelsblauwe lucht, waar het ruimtelijk en niet vol oogt, blijft in mijn gedachten. Verder herinner ik me vooral veel drukte in de smalle blauw beklinkerde straten met her en der mooie statige koloniale gebouwen. 

Tegen het einde van de middag stappen we de auto in om onze rooftop-tent op te zoeken. Een tweepersoons tent op het dak van een hostel. We wilden goedkoop overnachten. Een hostel dus. Met z’n achten op een slaapzaal of in een tweepersoons tent op het dak van het gebouw. Dat laatste klonk toch net iets aantrekkelijker en dus werd er bij het boeken 10 dollar extra tegenaan gegooid voor enige privacy. Ik ben zo benieuwd! Het adres hebben we al gemarkeerd in maps.me en we rijden er zo heen. Hoe dichterbij we komen, hoe meer ik me begin af te vragen of dit wel zo’n goed idee was. De straten worden zo mogelijk nog slechter, de auto’s zo mogelijk nog krakkemikkiger, de groepjes mannen op straat meer louche. In mijn hoofd ben ik Koen er al van aan het overtuigen dat we dit niet gaan doen. “Schat, we zijn in een getto beland! Dit is toch geen plek om de huurauto vannacht te parkeren?”, want ik weet dat Koen daarvoor gevoelig zal zijn. Hij is altijd een beetje gestresst als we, zoals vandaag, een glanzende bolide zonder krassen en deuken, net uit de showroom met maar 750 mijl op de teller, mee krijgen. “Zullen we maar terug rijden naar de Heavy Metal en die overnachting laten voor wat het is? Liever 35 dollar verspild dan straks een opengebroken auto terugvinden.” Maar voordat ik dit allemaal kan uitspreken blijkt het hele hostel nergens te vinden in deze straat. Huh?! Booking.com is toch echt wel een betrouwbare site. We snorren de e-mail met de bevestiging op en klikken op de hierin opgenomen routebeschrijving. Doorverwijzing naar Google-maps, lang leve ons internetkaartje. We vergelijken de locaties en dan blijkt dat er dus twee straten met dezelfde naam zijn. En daar gaan we, op naar een ander deel van de stad. De straat is iets minder getto, het hostel superschoon en de tent superknus. We lopen naar een bbq-restaurant op de hoek van de straat. Grote picknicktafels, een golfplaten overkapping, de keuken en bar in een oude zeecontainer. Lekker druk en aanschuiven bij anderen is hier normaal. Bij ons aan tafel komen een jonge Sylvester Stallone met zijn prachtige vriendin Maria uit Westside Story zitten. Zij zijn Puerto Ricanen, maar wonen en werken in Florida. Oud & Nieuw wordt echter altijd in Puerto Rico gevierd want als ze ergens kunnen feesten dan is het hier wel. Het is interessant om wat meer over de achtergronden van de bevolking hier te horen. Iedere Puerto Ricaan die enigszins de mogelijkheid heeft (vaak indien er al familie in de US woont) heeft de wens om in Amerika te gaan wonen en werken. Hier is de arbeidsmarkt krap en beperkt. In de US lijken de mogelijkheden onbegrensd. Maar uiteindelijk willen Sylvester en Maria wel weer terug naar hun geboorteland. Het verschil tussen arm en rijk is hier best groot. Maar als je het voor elkaar hebt, heb je hier ‘the best of both worlds’. Een fatsoenlijk huis, de Amerikaanse luxe zoals auto’s, winkelketens, restaurants en clubs. Maar ook de zon, het strand, het regenwoud en de laidback mentaliteit, de feesten en nabijheid van familie. Deze mooie jonge mensen, de monotone zwoele stem met zwaar Spaans accent van Sylvester (die overigens de prachtige naam Angèl van zijn ouders heeft gekregen), de sobere omgeving, het Medalla-biertje. Dit alles ademt Puerto Rico zoals ik het ooit bedacht had. 

De volgende ochtend scoren we een ontbijt bij een zelfbedieningsrestaurant en maken onze sightseeing af door via het nationaal park El Yunque, een tropisch regenwoud waar het hoog in de bergen dan ook miezert 🙁 ,met nog altijd veel afgesloten wandelpaden vanwege instortingen als gevolg van hurricane Maria in 2017, langs de oost- en zuidoost-kust terug te rijden naar Ponce. Ook langs deze kust zijn de gevolgen van de hurricane nog duidelijk te zien. Gebroken elektriciteitskabels en geknakte palen, een windmolenpark zonder wieken, dakloze woningen. Een triest gezicht. Er wordt, naar Caribische maatstaven, hard gewerkt, maar er is ook nog heel veel te doen. Als we de dag erop bij een Palestijnse Uber-taxichauffeur in de auto zitten horen we dat hij na de hurricane 6 maanden zonder elektriciteit heeft gezeten. En 9 maanden was geen uitzondering. Dat kunnen wij ons toch even niet goed voorstellen. Zelfs op ons simpele drijvende onderkomen maken we dagelijks gebruik van elektriciteit. We moeten soms opletten met wat we wel en niet gebruiken, maar de accu’s zijn elke dag voldoende gevuld voor het noodzakelijke verbruik. Toch is de Palestijn blij om in Puerto Rico te wonen. Hij vindt het fantastisch dat hier zoveel verschillende mensen, religies en culturen in harmonie met elkaar leven. Dat is in Israël en de Palestijnse gebieden wel even anders… En ook dit bevestigt maar weer eens dat alles relatief is.

Koen wil al een hele poos liften. Ik vind dat heel spannend en dan in de vorm van ‘geen-zin-in-spannend’. Koen heeft het in zijn jonge jaren heel veel gedaan. Is zelfs liftend vanuit Zuid-Frankrijk naar Barcelona getrokken. Ging liftend naar Zeeland op vakantie. Liftte vanuit Cuijk naar Nijmegen en Boxmeer. Ik ben opgevoed met ‘liften is gevaarlijk’. Toen ik dagelijks op mijn roze fiets van Sint Anthonis naar het Elzendaalcollege in Boxmeer fietste waren het de stoere, alternatieve of recalcitrante jongens en meiden die met hun duim omhoog bij de stoplichten stonden. En bij die club hoorde ik niet. Mijn pappa was er heel duidelijk in: liften is voor mijn dochters verboden, het is levensgevaarlijk. En hoe dwars ik in mijn puberteit ook kon zijn, voor wat betreft dit onderwerp was ik blijkbaar zo goed gehersenspoeld dat ik het niet durfde en dus niet deed. En ik constateer nu dat de preek van pappa nog steeds doorklinkt in mijn hoofd…

Als we tijdens onze zeiltocht langs de zuidkust van Puerto Rico vanuit de ankerplaats boodschappen willen doen, blijkt de dichtstbijzijnde supermarkt 6 kilometer het land in. We trekken onze gympen aan en gaan op weg. Onderweg horen we van een local dat de bus niet rijdt. Het is Kerstvakantie en de bussen zijn in onderhoud. Wellicht rijden ze over een paar dagen weer of misschien pas als de schoolvakanties voorbij zijn…
Koen wil liften, ik niet. Ik loop stuurs voorop en Koen erachteraan met regelmatig zijn duim omhoog. Maar het is een 80-kilometer-weg en stoppen is voor automobilisten  onhandig. En dus wandelen wij 6 kilometer heen en sjokken bezweet, met zware rugzakken vol boodschappen, 6 kilometer terug. En dan moet ik bekennen dat een liftje toch wel heel prettig was geweest.

Om de paar dagen zeilen we een dagtocht. Richting oost en dus tegen de stroming en de wind in. We maken slagen van een mijl of 5. De rakken richting noordoost zijn naar omstandigheden comfortabel en gunstig qua richting, tijdens de rakken naar zuidoost hakken we door de golven en schieten we hemelsbreed niet veel op. 

Op het eiland Vieques ankeren we aan de zuidkant bij een gehucht met de prachtige naam Esperanza. Het eiland kenmerkt zich door wilde loslopende paarden. Gewoon in de straten en op het strand. En heel veel hanen.
We wandelen naar de ‘hoofdstad’ met de klinkende naam Isabel Segunda. Dat is een wandeling van een kleine 10 kilometer en dus gaat de duim van Koen weer de lucht in. Een pick-up die wordt bestuurd door een eenvoudige man van middelbare leeftijd stopt. Naar Isabel Segunda? Geen probleem, stap maar in! Daarvoor moet hij nog wel eerst even de achterbank leegruimen. Ik geef aan dat ik wel naast de spulletjes kan zitten, maar nee, de bank moet leeg. Koen neemt plaats naast de man en krijgt gelijk een koud biertje aangeboden. Het is 10.00 uur in de ochtend… En dan zie ik pas dat meneer zelf ook al aan een biertje zit… Nou ja, het is weekend 😉 , moet kunnen. We kletsen wat en komen er achter waarom er zoveel hanen op dit eiland rondrennen en ons ‘s ochtends voor dag en dauw wakker kraaien: er worden hier hanengevechten gehouden. Helaas is het gebouw waar dit gebeurt door de hurricane beschadigd (ja, die hurricane beheerst ook hier nog steeds het dagelijkse leven). Het is natuurlijk verschrikkelijk, die hanengevechten bedoel ik dan. En toch, als ze er op dit moment nog wel waren geweest had ik het wel eens willen zien. Of toch niet? Wat is dat toch voor iets raars dat ik daar dan toch nieuwsgierig naar ben en het zou willen meemaken? Maar ach, ik hoef er niet langer over na te denken want de keuze is op dit moment niet aan de orde. De man wijst aan waar hij woont en rijdt verder. Hij rijdt voor ons een kilometer of 3 om en zet ons in het centrum van het stadje af. Vlak voordat we uitstappen komt natuurlijk ter sprake dat wij niet alleen met een zeilboot zeilen maar er ook op wonen. De man begint heel hard te lachen en gelooft er niets van. Hij schudt zijn hoofd en ik zie hem denken dat wij behoorlijk geschift zijn. En dan besef ik me maar weer eens dat wat voor ons zo gewoon is voor een ander buitenaards klinkt. Voor de bewoners van de Heavy Metal is dat bijvoorbeeld een hanengevecht, voor deze bewoner van Vieques blijkbaar het wonen in een drijvend huis.

In het lokale museum, dat gesloten is maar voor ons wordt geopend als we maar voor lunchtijd (over 20 minuten) weer buiten staan, worden we door de beheerder uit onze tropische droom gewekt. In het museum is een maquette van Vieques te zien met daarop gekleurde vlaggetjes. Deze markeren explosieven die decennia lang door de Amerikanen, die hij veelzeggend de gringo’s noemt, zijn geplaatst. Honderdduizenden, allemaal in het kader van ‘militaire oefeningen’. Ergens moesten die in hoogstaande laboratoria ontwikkelde chemische wapens zoals napalm, Agent Orange en uranium immers getest worden. En naast bijvoorbeeld Hawaï was Vieques ook één van deze locaties. Wat er nu nog ligt, en dat is volgens de kunstzinnige hippie héél veel, wordt gecontroleerd tot ontploffing gebracht. Maar volgens hem niet op de juiste manier waardoor er nog altijd aanzienlijke hoeveelheden schadelijke stoffen, zware metalen en chemicaliën, de lucht en de zee in gaan. Met als gevolg dat van de mensen die overlijden op Vieques ruim 90% sterft aan een vorm van kanker of vaatziekte. De vriendelijke hippie heeft geen goed woord over voor de Amerikanen. De gringo’s bouwen hier grote landhuizen en beheersen het straatbeeld. Tegenwoordig wordt er niet eens meer Spaans gesproken in winkels, overal om je heen hoor je alleen maar Amerikaans. De hurricane (daar is ie weer) heeft er wel voor gezorgd dat de gringo’s een beetje bang zijn geworden en heeft Vieques iets minder aantrekkelijk voor ze gemaakt. Aldus de beheerder die op de bovenverdieping van het museum kleurige graffiti heeft aangebracht op de muren omdat het gebouw sinds de hurricane vensters en een stuk dak mist en tot het moment van herstel teert op vrijwillige giften van bezoekers zoals wij. 

Met een hoofd vol gespreksstof verlaten we het stadje. Het lijkt alsof de donkere periode uit de geschiedenis van het kleine eiland zich nu samenpakt boven de stad. Grijze regenwolken schuiven langzaam maar gestaag onze richting op. Gelukkig worden we naar aanleiding van onze ‘vind-ik-leuk-duim’ al snel opgepikt door een blonde Gringo-dame met schattig hondje in een knalrode Jeep. Oei, jullie willen naar Esperanza? “That’s all the way to the other site of the Island…” Ja, dat klopt. Ze laat ons instappen. De vlotte vrouw komt uit New York, werkt daar in de zomer als landscape-designer en tekent dan parken en tuinen. In de winter woont ze in Isabel Segunda en runt daar een winkeltje met artwork wat door haarzelf en anderen is geschilderd, gefröbeld, etc. Ze heeft met haar man die kapitein is op een Maersk-containerschip, een 50-voets zeiljacht bij New York liggen. Als ze verneemt dat wij in een 36-voeter de Atlantische Oceaan zijn overgestoken vindt ze ons ‘couregeous’. Ik vind het een prachtig woord en ben dan toch weer een beetje trots op onze ‘grote oversteek’.
De regen komt inmiddels met bakken uit de lucht als mevrouw vertelt dat ze onderweg was voor een lunch bij haar vriend die een restaurantje runt op het vliegveld. Huh!? Het vliegveld ligt ongeveer een kilometer van het punt waar ze ons oppikte. Inmiddels zijn we er zo’n 10 kilometer van verwijderd… Dat lacht ze vriendelijk weg: altijd fijn om iemand te helpen en 10 kilometer lopen dat kan toch echt niet?!…

Als we in Vieques vertrekken en de zuidoost-punt ronden, mogen we eindelijk halve wind gaan zeilen. Hoe relaxed is dat! We vliegen met 6 knopen naar het eveneens bij Puerto Rico behorende eiland Culebra. De grootste bezienswaardigheid is hier Flamenco Beach. Volgens de brochures het mooiste strand van de Carieb. Maar ok, dat vermeldt de brochure van ieder eiland hier in de Carieb. De wandelschoenen worden weer uit de kast getrokken, rugzakje met voldoende drinkwater en handdoekje mee.
Autoverhuur wil hier zeggen golfcarverhuur en je begrijpt het al: thumbs up voor een lift met zo’n koddig karretje. Een jong stel, begin twintig, roept dat we snel achterop kunnen springen en zjoef daar gaan we. Zij zijn op vakantie in Puerto Rico bij zijn familie en nu voor een paar daagjes op Culebra. Wonen in Miami. Zijn jaloers op ons leven. Ik ben een beetje jaloers op hen. Op het jonge enthousiasme en een heel leven vol plannen nog voor je. Kom op ouwe taart, je bent ook nog piep, soms…
De twee zijn vooral voor de lekkerste empanadas (hartig gevulde gefrituurde deeggflapjes) van het hele eiland op weg naar het strand.
Het strand is mooi, maar niet het allermooiste. De eettentjes verkopen iets te dure empanadas, maar voor de lekkerste van het eiland (?) hebben we dat wel over. We smikkelen ervan en lessen de dorst met een heerlijk koel flesje Corona.
Op de terugweg maken we kennis met het type gepensioneerde hillbilly-Amerikaan, met een huis op Culebra en volop bezig met het verbouwen van zijn eigen groenten. Hij dropt ons vlakbij de dinghy-steiger en duikt zelf waarschijnlijk weer zijn moestuin in.

Wat leuk, dat liften! En wat leuk al die behulpzame mensen! En waarom zou ik me bezwaard voelen als een ander zich geroepen voelt aan ons verzoek om mee te liften gehoor te geven? Dat is bescheidenheid die onnodig is. 

Voordat we Puerto Ricaans grondgebied gaan verlaten voor een verkenning van de Amerikaanse en Britse Maagdeneilanden biedt Culebra eindelijk ook de gelegenheid de was te doen. Sinds de oversteek vanuit Bonaire ben ik al op zoek naar een wasserette. Hier is er een. We meren de dinghy af bij een houten steigertje en hoeven alleen maar de weg over te steken met drie grote zakken vol met van zout en zweet plakkerig wasgoed. Aangekomen bij het hokje met 5 wasmachines en evenzoveel wasdrogers treffen we een volslanke vriendelijke Amerikaanse bewoner van Culebra aan. “Today it’s closed”, zegt hij met een treurig gezicht. “No, you’re kidding!”, roep ik vertwijfeld uit. Dan breekt een brede lach door en hij knikt van yes. Pffff, gelukkig, ik was gisteren zó blij toen we de wasserette hadden gevonden…
“Pleased to meet you, I’m John.” John woont in een woonboot aan het begin van de grote baai waar wij voor anker liggen. “The purple one…” en dat blijft voorlopig ook zo want hij heeft bij de aankoop van het bouwwerk ook een x aantal gallons paarse verf geërfd. Hij vertelt ons enthousiast over de plekken waar we moeten gaan snorkelen. Ik vertel enthousiast dat ik bij het invaren van de baai een gevlekte adelaarsrog twee keer hoog boven het water uit zag springen. Zo gaaf! John weet ons te vertellen wat de reden hiervan is. De prachtige roggen proberen zich op deze wijze te ontdoen van remora’s, oftewel zuigvissen die meeliften op de huid van de rog. Deze remora’s lijken enigszins op haaien. Ze zijn grijs en kunnen bijna 90 centimeter lang worden, hebben een platte kop en bovenop die kop een ovaal plakkaat, alsof er een afdruk van een schoenzool op gezet is. Dit is echter een soort grote zuignap. Hiermee zuigen ze zich vast op de huid van roggen, haaien ed. Ze leven van het afval van hetgeen de vis waarop ze meeliften eet. Wii hebben ze rondom onze boot gezien toen Koen zijn gevangen makreel aan het schoonmaken was. We dachten toen nog dat het haaien waren… Niet dus. Weer wat geleerd! 

De was ligt weer fris in de kast en dus is het tijd om verder te trekken. Via St. Thomas naar de Britse Maagdeneilanden (British Virginislands, de BVI’s) waar we ontdekken dat we een verstekeling hebben. Een remora is zonder zijn duim op te steken met ons meegelift. We vinden het bijzonder en leuk, gaan er maar vanuit dat het niet schadelijk is voor de antifouling en voeren hem elke dag met ons groente- en fruitafval. Voor hem (of haar) is de HM met haar bewoners immers een grote meelift-vis.

Wat een leerzame weken weer. Ik vind het leuk om te liften, locals vinden het leuk om ons mee te nemen, remora’s vinden de HM leuk en wij vinden het leren van en over de natuur leuk. Een heleboel vind-ik-leuk-duimpjes!

19 reacties op dit bericht.

    j janssen said:
    19 februari 2019 at 11:11

    Yvonne en Coen wat een geweldig verslag, wanneer komt je boek uit?

    Andrea said:
    19 februari 2019 at 09:31

    Prachtig! En zo wordt de wereld steeds groter…
    Liegs
    Andrea

    irene said:
    19 februari 2019 at 09:11

    heerlijk verhaal Yvonne en Koen, wat een avonturen, fijn dat het liften goed is bevallen, op naar nog meer mooie verhalen en avonturen, XX ireen

    wilma said:
    19 februari 2019 at 08:18

    wat is dit goed wakker worden .ik zou bijna denken dat ik er bij ben .geniet er van en pas goed op jezelf en yvon op koen en anders om dikke k en p wilmolger

    Jeanet said:
    19 februari 2019 at 07:34

    Wat een mooie belevenissen, 1 groot avontuur waar jullie met volle teugen van genieten . Blijf dat vooral doen en laat ons meegenieten dmv jullie verhalen !! Groetjes Henk en Jeanet

    Lisanne en Jan said:
    18 februari 2019 at 21:50

    Super die verhalen van jullie. Erg leuk om te lezen. Fijn dat jullie dat met ons willen delen. Blijf genieten van de mooie omgeving en de avonturen en natuurlijk van elkaar!

    cor veerhuis said:
    18 februari 2019 at 20:52

    Je krijgt zo wel erg veel zin om een stukje mee te varenHet is goed toeven aan boord van de HM met zijn vrolijke bemanning, dat kan niet anders als je al die leuke verhalen leest. Fijn voor de Scipper en zijn maat en voor ons als volgers.

    Roni said:
    18 februari 2019 at 20:49

    Geweldig! xxx

    Anoniem said:
    18 februari 2019 at 20:00

    Was weer leuk om te lezen. Theo

    Mario said:
    18 februari 2019 at 19:54

    Wat een heerlijk verhaal weer om te lezen, de belevenissen en de mensen die jullie ontmoeten met alle verhalen die ze met jullie delen.
    Dat is natuurlijk de positieve kant van het liften.
    Geniet van alle dingen die jullie zien en meemaken.

    Dikke kus van ons en pas goed opelkaar .
    De vandaaltjes uit tunnis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.