Fijne mensen, februari/maart 2020

Halverwege februari lijkt er een redelijk weervenster aan te komen om vanuit Bonaire richting Sint Maarten te vertrekken. Als dat zo blijft wordt het voor ons helaas geen Bonairiaanse carnaval vieren. We houden de weerapp Windy dagelijks in de gaten en ja hoor, we kunnen! Het gebruikelijke ritueel van de laatste klusjes, boodschappen en maaltijden voorbereiden volgt en dan kunnen na vier weken heerlijk Bonaire de trossen los.

Wat volgt zijn vijf etmalen op zee waarin we van ruim 20 knopen (windkracht 5 à 6) naar een krappe 10 knopen (windkracht 2 à 3) gaan en weer terug naar de 20. De wind vanuit oost en in de tweede helft van de trip krimpend naar noordoost. Waar we hakkend strak aan de wind zeilen. En soms motorzeilen omdat de wind te zwak is en de stroming ons teveel wegzet naar het westen waardoor we op de Dominicaanse Republiek terecht zullen komen in plaats van op Sint Maarten. Op dag drie besluiten we dat ons doel het Amerikaanse Maagdeneiland Saint Croix (uit te spreken als Saint Kròj) wordt. Sint Maarten is gewoonweg niet bezeild. Vanuit St. Croix gaan we dan in een paar kortere (dag)tochten door naar het ongeveer 100 mijl oostelijker gelegen St. Maarten.

Al met al is het een mooi tochtje. Onze majesteit gedraagt zich weer koninklijk. Af en toe stug en afstandelijk, dan weer toegeeflijk en meegaand. Maar altijd sterk en solide. We zijn trots op onze dame die zoveel werk en onderhoud met zich meebrengt maar ook zoveel gevoel van veiligheid en plezier.

Het venijn zit in de staart en de laatste twintig mijl gaan op de motor met alleen het grootzeil op, 30 graden aan de wind. We hebben het eiland aan de westkant gerond om in het aan de noordkust gelegen Christiansted te ankeren. Dat heeft tot gevolg dat we tegen de oostenwind en stroming in moeten. In de late nacht proberen we dit nog kruisend, maar het schiet voor geen meter op. We willen voor de volgende zonsondergang binnen zijn, want in het donker de baai invaren lijkt ons hier geen goed idee. De ankerplek ligt achter een rif. Volgens de kaart is er een kronkelende betonde vaargeul tussen de riffen door, maar er wordt geadviseerd bij daglicht binnen te varen. En dat doen we dus. Net na de middaglunch droppen we ons anker in kraakhelder water voor het gezellige Scandinavisch aandoende stadje.

Even puinruimen, kajuit weer in ‘woon’toestand brengen. Genieten van het uitzicht, ankerbiertje. Intens wensen dat het gaat regenen. En yes!!! Mijn gebeden worden verhoord. De lucht wordt grijzer en grijzer. Het begint te motregenen en dat houdt vervolgens een paar uur aan. Van die Hollandse druilerige regen. Dat hebben we al lang niet meer meegemaakt. En het is heerlijk! Ik ben zo blij! De boot wordt langzaam weer zoutvrij. In de regen was ik de raampjes en sop de kuip. Alle plakkerige zoutkristalllen worden opgelost en weggespoeld.

We hebben geen zin om nog te gaan inklaren. Wel hebben we ons voor binnenkomst in de baai gemeld bij de kustwacht. En die gaven aan dat we moeten inklaren zodra we aan land komen. Dat gaan we vandaag dus niet meer doen, we blijven lekker op ons bootje. Gezellig onder de bimini waar de regen vrolijk op los tikt. Gisteren ving Koen een flinke tonijn dus we gaan heerlijk smullen van een toastje met tonijnsalade en daarna van tonijnsteak. En vroeg naar bed. Een hele heerlijke nacht slapen, wat een luxe na vijf dagen wachten draaien.

Na een ontbijt met afbakbroodjes maakt Koen ons Bijtje weer vaarklaar, leggen we de dinghy aan bij de gezellige boardwalk met cafés en restaurants en gaan op zoek naar Customs om in te klaren. Volgens de cruisingguide en de zeekaart van Navionics is er een kantoor bij de ferryhaven. Bij de haven aangekomen zie ik bij de ingang een bewakershuisje. Een forse donkere man kijkt me nors aan. Toch maar even vragen waar we moeten zijn. “Customs Office is closed madam. You have to go to the airport.” Ok…, en nu? Hoe gaan we daar komen? Het is hier namelijk zo’n 15 kilometer vandaan. Gaat er een bus? “No, no bus. You can take a taxi. It will cost you about $20 per person. Please go to the store across the street, they will call a taxi for you.” Met dit verhaal loop ik naar Koen die even verderop is blijven wachten. Ik zie een zure blik verschijnen wanneer ik de taxikosten noem. Ik ben in een positieve mood, we zijn op een mooi plekje op deze aardbol, we zijn samen en na al het geklus ‘op vakantie’ en ik ben niet van plan om mijn goede zin te laten bederven. Ach, we moeten het dan maar zo bekijken: het inklaren kost hier gewoon $40. We lopen naar de watersportwinkel aan de overkant van de weg. We doen net alsof we gek zijn en vragen waar we de Customs Office kunnen vinden. De twee mannen achter de toonbank zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam. De Customs Office blijkt inderdaad gesloten te zijn. De ene, een hipster met zorgvuldig gestylede baard gaat voor ons bellen. En ja, we moeten naar het vliegveld. De andere, zo van een ranch of een rodeo geplukt alleen de geruite blouse en cowboyhoed ontbreken, zoekt op internet of er een bus rijdt. Ondertussen komt een maatje van de twee binnen. Het blijkt een vriend en business-partner te zijn. “Hey Peter, do you have to be in the neighbourhood of the airport?” Peter knikt bevestigend. De mannen regelen dat we met Peter kunnen meeliften. Mooi! In de tussentijd snuffelt Koen wat rond in de winkel. Er liggen enkele tweedehands winches (lieren voor op de boot). Ook hier kwam minder dan twee jaar geleden een orkaan over het eiland razen. Er liggen nog altijd wat wrakken in de baai en de tweedehands markt voor bootonderdelen floreert blijkbaar ook nog. Koen vraagt aan hipster of de winch waarin hij is geïnteresseerd en waaraan een prijskaartje hangt van $125 (wat al erg goedkoop is voor deze winch), ook werkt. Hipster pakt een liersleutel, zet ‘m erin en draait. Er gebeurt niets. “It doesn’t work, you can have it for free…” Koen kijkt de gozer even verbaasd aan. Maakt hij een grapje? De man duwt het ding bij Koen in zijn handen. Met een smile van oor tot oor verdwijnt de lier in onze rugzak als Peter meldt dat hij gaat vertrekken. Zijn Amerikaanse pick-up is giga maar ik zit op de zacht lederen achterbank klem tussen het minimaal 30 centimeter belachelijk dikke portier en een antiek bureau. Dat bureau moet naar de olieraffinaderij die dichtbij het vliegveld blijkt te liggen. Peter is een rustige Amerikaan die al 20 jaar op het eiland woont. Hij lijkt zo uit de outback te komen met zijn versleten safari-hoed en beige kleding. Interessant hoor zo’n lift. Je leert in 20 minuten heel veel van het land. Peter is echt té aardig; hij dropt ons bij het vliegveld en belooft ons ook weer op te komen halen nadat hij het bureau bij de raffinaderij heeft afgeleverd.

Even kijken waar we moeten zijn. We gaan één van de automatische deuren door en zien een vrouwelijke douanebeambte. We geven aan dat we op zoek zijn naar Customs & Immigration omdat we hier met onze zeilboot zijn aangekomen en ons willen inklaren. Inmiddels is er nog een andere jonge vrouw bij komen staan. Ze vraagt nieuwsgierig waar we vandaan komen en hoe we hier op St. Croix terecht zijn gekomen. Als ik vertel dat we 18 dagen hebben gedaan over de Atlantische oversteek zie ik nog 100 vragen in het leuke koppie verschijnen. “En heb je dan ook een keuken aan boord en kun je dan ook koken?” “Ja hoor” glimlacht Koen, “je komt geen McDonald’s tegen onderweg.” Helaas kunnen we de andere 99 vragen niet beantwoorden want we worden naar een andere ingang gebonjourd waar de juiste grensbewakers ons verder kunnen helpen. Het inklaren gaat weer op z’n typisch Amerikaans met strenge gezichten. Nadat we alle formulieren hebben ingevuld en onze vingerafdrukken en irissen door een Immigrations-officer biometrisch zijn gecheckt mogen we op een bankje plaatsnemen voor het inklaren van de boot bij Customs. Het bankje ligt echter vol met stapels dossiers. Ik toon het hier zo extra gewaardeerde respect en laat de kapitein plaats nemen terwijl ik blijf staan. Een groepje douane-beambten komt voorbij. Een van de vrouwelijke beambten spreekt mij aan over het afval wat we aan boord hebben. We mogen het absoluut niet dumpen en vooral ook niet gaan picknicken of iets dergelijks. Alle etenswaren moet aan boord blijven! Dat is ons al bekend. Vorig jaar in Puerto Rico golden dezelfde regels. Na een paar minuutjes komt de vrouw terug met een flyer waarop de regels en een telefoonnummer staan. Het telefoonnummer is van een man die de ‘international garbage’ bij ons kan komen ophalen. Tegen betaling uiteraard. “En”, fluistert ze me in het oor, “dat is heel prijzig…” Die opmerking moet ik ook gelijk weer vergeten drukt ze me daarna op het hart. Ze heeft dit niet gezegd… maar de douane kan het afval ook ophalen. Ze hoeven het niet maar doen het wel. Gratis… De vriendelijke vrouw overhandigt me een visitekaartje en verdwijnt. Ondertussen heeft Koen alle formaliteiten bij Customs geregeld en zijn we weer legaal aan land. Als we het koude airco-gekoelde kantoor verlaten en de zonovergoten warme parkeerplaats oplopen komt Peter er juist aanrijden. Wat een timing.

St. Croix, voormalig Deense kolonie, is bijzonder. Zowel de onderwaterwereld waar we tijdens een duikje vier rifhaaien zien, als de stadjes met haar vriendelijke bevolking die uit vele nationaliteiten is samengesteld. Dat is een gevolg van de enorme olieraffinaderij hier op het eiland waar arbeidsmigranten van over de hele wereld tientallen jaren geleden gingen werken. De mensen op straat zijn uiterst behulpzaam zonder daarvoor hun hand op te houden. En houden van een feestje. Vanwege de vele nationaliteiten zijn er ook veel feestdagen. Van de onafhankelijkheidsdag van de Dominicaanse Republiek met een kleurrijke en luidruchtige optocht tot het Ierse St. Patricksday. Muziek speelt zoals op alle Caribische eilanden een grote rol.

En dus gaan we op vrijdagavond naar een klein festival in de straten van Christiansted. Volgens de aankondigingen begint het om 18.00 uur en dus staan wij rond die tijd voor het podium. Er scharrelen al wat bezoekers rond, maar het is nog niet echt druk. Er wordt nog wat geoefend en gesoundcheckt. Langzamerhand wordt het wat drukker maar er is nog geen enkele aanwijzing dat het programma ook bijna gaat starten. We bewonderen in uitgaanstenue (vaak vooral strak, stretch en fleurig) gestoken lokale dames en met bling bling uitgedoste heren. Voor een hotel zitten een paar nette dames op een door henzelf meegenomen klapstoeltje. Ik vraag aan één van hen of ze weet wanneer het hele gebeuren van start gaat. “Tja, het zou om 18.00 beginnen. Het is nu bijna 19.00 uur. Het zal dus zo wel aanvangen. En zo niet dan waarschijnlijk om 19.30 uur”, volgt een beetje schouderophalend alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Begint het nu niet, dan zodadelijk. Of straks… Op z’n Caribisch. Zo gaat dat hier. Een kwartiertje later verschijnt de eerste artiest op het podium. Het is een als Toetanchamon (waarschijnlijk Afrikaanse traditionele klederdracht) uitgedoste trommelaar. Ik vind het maar zo zo. Maar de MC die de hele avond aan elkaar moet kletsen is een enorm vrolijke druktebol met een guitig koppie en maakt het allemaal goed. Ik loop maar eens even naar voren om een goede close-up foto van hem te nemen. En dat had ik nu net niet moeten doen… De guitige presentator ziet zijn kans en roept: “hey you, paperazzi, come here, on stage!” Ik kijk een beetje beduusd om me heen. Bedoelt hij mij? Ja… oh help… Ondertussen lokt hij ook nog een Caribische wederopstanding van Michael Jackson en een donkere moeder met haar dochtertje van een jaar of drie het podium op. Ik kan er niet meer onderuit en wil me ook niet laten kennen en beklim het podium. Er moet natuurlijk gedanst worden. Op de Caribische manier. Michael en de rondborstige jonge moeder gaan me voor. Zij hebben de natuurlijke groove en soepele heupen. Zij zijn geboren met een ingebouwd ritmegevoel en een lijf van elastiek. Ik vind dansen normaal gesproken heel erg leuk. Maar nu slaat de paniek een beetje toe. Mister Guitig heeft het gelukkig in de smiezen. Hij roept het publiek op om mij flink aan te moedigen en hij danst zelf mee. Ik probeer de MC een beetje na te doen, dans en spring en vind het eigenlijk best lollig. Ach wat kan mij het schelen. Niemand die me hier kent. En na een paar zenuwslopende minuutjes worden we hartelijk bedankt en vriendelijk verzocht het podium weer over te laten aan echte artiesten. Ik loop naar Koen die helemaal in een deuk ligt. Dan tikt de jonge moeder me op de schouder. Ze omhelst me en bedankt me. Van de MC heeft ze voor ieder $20 gekregen. Wow! Wat leuk! Dat wordt dus ook nog eens een gratis avondje aan de bar. Thanks!

Het wordt al maar drukker en drukker. Het podium vult zich met bands en dansers. Een Creoolse René Froger, niet om aan te horen maar blijkbaar wel heel populair op St. Croix. Een wereldberoemde soca-zangeres, tenminste volgens de MC die denkt dat de hele wereld bestaat uit de USA en Saint Croix (dat ook Amerikaans is). Hij vermeldt dat ze heeft opgetreden over de hele wereld. In Las Vegas en Miami. En hier natuurlijk. De zangeres is een bijzondere verschijning in haar glitter outfit, hotpants en blonde pruik. Maar waar mijn ogen constant naar toe getrokken worden zijn haar benen. In van die dikke glanzende huidkleurige panty’s lijken het net de plastic benen van een te mollige barbie. We drinken wat biertjes en lopen wat rond. Ik word door diverse mensen aangesproken die mijn optreden hebben gezien. Ik krijg te horen dat ik de blanke eer goed verdedigd heb. Pfff…

Tussen elk optreden door krijgen we te horen dat de hoofdact van vanavond zo komt. Hij is er bijna. Nog even. Mister Guitig heeft ‘m al gespot. De uren verstrijken. Inmiddels zijn we er achter dat die headliner Maxi Priest is. Wie? Ja, geen idee, maar hij schijnt beroemd te zijn. We vragen een paar jongelui naast ons wat voor soort muziek hij maakt. Volgens hen is het reggae-achtig en is hij echt wereldberoemd. Ja dat kennen we hier… Om 23.30 uur vinden mijn benen het wel mooi geweest en Koen z’n oren kunnen niet nog meer soca, tumba, calypso en reggaeton aan. We ploffen in ons Bijtje en varen terug naar de HM. Die ligt op gehoorsafstand van het podium. We trekken een zak chips en een blikje bier open en wachten op Maxi Priest. Hij begint pas als wij al in bed liggen. Ik hoor in de verte nog een paar minuutjes van zijn optreden en verhuis dan naar dromenland. De volgende dag, als we weer even op de wal zijn en WiFi hebben, zoek ik toch maar eens op internet wie die beroemde Priest is. En nee hè! Hij blijkt écht wereldberoemd. Zelfs in Nederland! Hij scoorde in ons land hits met Close To You (4e plaats in de Top 40, 1990), Wild World (7e plaats, 1988) en Some Guys Have All The Luck (11e plaats, 1987). Hij draagt de bijnaam King of Lovers Rock (een romantische substroming in de reggae) en wij wisten niet wie hij is! Shame on you!

Ik geniet zo van St. Croix. Een tropisch stukje Amerika met een vleugje Europa door de Deense historie. Het paradijselijke onbewoonde eiland Buck Island, zo uit een reisgids met haar witte strand en turquoise water. De stadjes Christiansted en Frederiksted waar je je door de bouw in (enigszins verpauperd) Scandinavië waant.

Naar die laatste gaan we vanuit Christiansted met de bus. We vragen een man op leeftijd, een voormalig onderwijzer, waar we moeten opstappen. Hij wijst ons de weg en blijft bij ons tot we in de juiste bus gestapt zijn. De buschauffeur probeert ons van zijn God te overtuigen. Zie je die grote blauwe muur? En alles wat in die prachtig blauwe muur eindigt? Wie anders dan God had die kunnen creëren? Daar is een plan voor nodig en dat had geen mens volgens hem kunnen bedenken. Geen bouwwerk op aarde reikt tot aan die hemelsblauwe muur. En toen ooit mensen dachten iets te kunnen bouwen wat tot aan die blauwe muur zou reiken stortte het plan ineen. Vanwege miscommunicatie omdat mensen niet dezelfde taal spraken. De chauffeur vertelt dit alles gepassioneerd en in Creools Engels wat best lastig te volgen is. In eerste instantie ontstaat er dan ook een Babylonische spraakverwarring. Zowel Koen als ik turen door de fris gewassen ruiten van de taxibus. Op zoek naar een blauwe muur. We kijken elkaar eens aan en halen onze schouder op. Geen blauwe muur te zien. En dan schiet het me te binnen. Ik ga het bijbelse verhaal herkennen en richt mijn blik op de strakblauwe hemel. Het hele relaas valt plotsklaps op z’n plaats. Mijn gedachten gaan een stapje verder. Niet over religie of God of hogere machten. Nee, over iets heel menselijks en aards. Wij lopen best vaak tegen miscommunicatie en onduidelijkheden aan. Soms vinden we niet de juiste woorden of vertalen we te letterlijk vanuit het Nederlands. Soms kennen we de lokale gebruiken, normen en waarden niet of onvoldoende. Soms zijn we eigenwijs of onvoorbereid. Maar altijd zijn er fijne mensen in de buurt die ons helpen, de weg wijzen, vertalen of iets aanbieden. Want ik blijf ervan overtuigd tot het tegendeel aan mij persoonlijk bewezen wordt: het overgrote deel van de mensen zijn fijne mensen. De hipster die een lift regelt, de cowboy die de buslijnen opzoekt, Peter die voor taxichauffeur speelt, de oude onderwijzer die zeker wil weten dat we in de juiste bus stappen, de Fransman bij de pizzabus die ons een biertje en een goed gesprek aanbiedt, de grijze Antilliaan in de supermarkt in St. Martin die blijkt in Wijchen gewoond te hebben en ons uitnodigt voor een kop koffie bij hem thuis, de omhelzing van de lieve jonge moeder die ook dans-slachtoffer was tijdens het festival op St. Croix. En zo kan ik nog heel veel A4-tjes verder gaan. Stuk voor stuk fijne mensen. Mensen waarbij we nu helaas uit de buurt moeten blijven.

Want ook hier op St. Maarten waar we begin maart via korte en enkele illegale stops op St. Thomas, St. John en Peter Island arriveerden, is Corona-vrees en besmetting. Wij blijven zoveel mogelijk op de HM. Mogen uitsluitend op straat komen om naar de supermarkt, bakker of dokter te gaan. Of om heel even de benen te strekken en de hond uit te laten die we niet hebben. Met een getekende verklaring op zak dat we uitsluitend één van bovenstaande dingen gaat doen. Een handtekening, datum en tijdstip van vertrek vanaf de boot eronder. Geluk bij een ongeluk hebben we een eindeloze kluslijst, heel veel proviand aan boord, een ereader vol boeken en een harde schijf vol films en series. Een grote internetbundel om op de hoogte te blijven van al het nieuws en fijne mensen rondom ons heen met wie we op afstand af en toe een praatje maken. Apps op de telefoon om buikspier-, arm- en cardio-oefeningen te doen en een personal trainer die er streng op toeziet dat ik die 30-dagen-challenge ook daadwerkelijk uitvoer. En heel veel zon en fris blauw zwemwater. Maar vooral elkaar. We realiseren ons dat we ons wederom ontzettende geluksvogels mogen noemen. We hoeven niet bang te zijn dat we onze baan of bedrijf verliezen of ons huis straks niet meer kunnen betalen. We zijn het gewend om 24/7 met elkaar door te brengen. En weten wat het is om 2 à 3 weken niet van boord te kunnen. We zijn een kei in provianderen en creatief met onze voorraden omgaan. Onze HM is zelfvoorzienend voor wat betreft water en elektriciteit. De sundowners die we normaal gesproken vaak met andere zeilers drinken onder het mom van een goed gesprek, worden nu met z’n tweetjes genoten en opgeleukt door Bingo over de marifoon. Je moet toch wat 🙂 … Eigenlijk zijn we zo’n beetje op vakantie in een klein privé all-inclusive resort. We komen niet van het terrein (lees de HM) af en doen niet veel meer dan relaxen (ok, en best veel klusjes en zelf eten koken en boodschappen en poetsen en wassen en, en, en…). Er is maar één ding waarover we ons af en toe een beetje zorgen maken: het aankomende orkaanseizoen. Het duurt nog zo’n twee maanden, maar dan moeten we hier wel weg. En met gesloten grenzen van alle (ei)landen om ons heen in de Carieb en ver daarbuiten wordt dat wellicht nog een uitdaging. Maar, komt tijd komt raad…

12 reacties op dit bericht.

    Lisanne said:
    14 april 2020 at 09:19

    Heb met veel plezier jullie verhaal weer gelezen. Petje af voor hoe jullie het doen en heel mooi om te ervaren hoe iedereen open staat en wil helpen. Veel plezier in jullie quarantaine resort en we duimen voor jullie dat jullie op tijd daar weg kunnen.

    Scarlett Heijer said:
    13 april 2020 at 10:21

    Wat leuk om weer van jullie belevenissen te genieten! Lieve groet, Scarlett

    Harriette en Peter said:
    12 april 2020 at 17:34

    hey Yvonne en Koen,

    leuk om van jullie weer een een mooi verhaal te lezen!
    en inderdaad zoals jullie zeggen: komt tijd komt raad.
    veel succes daar en zien al uit naar jullie nieuwe update!
    groetjes Harriette en Peter

    lukas & monique said:
    12 april 2020 at 15:57

    he lieve koen en yvonne,

    weer een leuk verhaal en wat een wijze woorden / positieve constatering 🙂

    “het overgrote deel van de mensen zijn fijne mensen”

    fijne reis verder dikke paas kuzzzzz monique & lukas

    Erik said:
    12 april 2020 at 09:56

    Na een wat meer actieve start kabbel ik vervolgens weer heerlijk me op jullie avonturen.
    Jullie vinden vast een mooie bestemming voor het orkaanseizoen.
    Blijf genieten!

    Hier ook veel klusjes en ‘op het terrein blijven’.

    Jerry said:
    12 april 2020 at 08:36

    Ik las ergens dat de kinderen op de Wylde Swan vanwege het virus en het komende stormseizoen op weg zijn vanuit de Carieb naar de Azoren. En dan weer naar Nederland.
    Leuk verslag overigens. Drie weken op Bonaire? Wij hadden het na een week wel gezien.
    Goede reis verder.

    Jerry said:
    12 april 2020 at 08:35

    Ik las ergens dat de kinderen op de Wylde Swan vanwege het virus en het komende stormseizoen op weg zijn vanuit de Carieb naar de Azoren. En dan weer naar Nederland.
    Leuk verslag overigens. Drie weken op Bonaire? Wij hadden het na een week wel gezien.
    Goede reis verder.

    Roni said:
    12 april 2020 at 08:16

    Maxi Priest in de buurt en jullie gaan slapen!!! Andrea en ik zouden het wel hebben geweten. Jullie doen het zo goed, zo fijn te lezen! Sterkte met alles, veel geluk! xxx

    Jeroen said:
    12 april 2020 at 06:35

    Wat ontzettend leuk om weer wat van jullie te lezen. Zeker wjjze waarop het geschreven is. Wanneer de mail aangeeft dat er weer een verhaal is laat ik alles vallen en lees dat als eerste. Fijn dat het jullie goed gaat en de HM lijkt me een idd prima plek om te ontsnappen aan het virus. Heel veel sterkte en geluk daar onder dehuudige omstandigheden. Grt Jeroen van Druten (Reed Van Batavia) Grave

    Rian said:
    12 april 2020 at 05:53

    Wat n fijn verhaal weer, en jullie hebben t zo goed samen! Heerlijk om te lezen en me ook echt te realiseren dat jullie dit echt doen!
    Waar moet je heen om het orkaanseizoen te ontvluchten?
    Liefs, Rian

      Anoniem said:
      12 april 2020 at 08:21

      svp mijn mailadres verwijderen

Laat een reactie achter op Anoniem Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.