Formule 1 van Grenada, 13-06-2018

Hee, wat is dat nu? Gebouwen van okergele en donkerrode baksteen en met echte dakpannen. De kade van Saint George, Grenada, is er gedeeltelijk mee omzoomd. Het ziet er Europees uit. Het voelt als een bekend en warm bad. Dit stadje dat een deel van haar historische Franse en Engelse invloeden heeft gekoesterd. Een oord vol leven en gezelligheid en een breed scala aan winkels.In de tijd van de ontdekkingsreizigers kwamen de Europese zeilschepen naar Grenada voor o.a. specerijen. Op de weg er naar toe namen de collega’s van Columbus bakstenen en andere bouwmaterialen mee als ballast in hun handelsschip. En daar werden op Grenada mooie panden van gebouwd. Nog altijd is Grenada het ‘spice-island’. En ook één van de kastjes in de HM geurt heerlijk als we het eiland verlaten. Keuze in overvloed, appetijtelijke gerechten in het verschiet. Maar voor het zover is dompelen we ons letterlijk en figuurlijk onder in het, voor ons voorlopig laatste, eiland van de ‘Westindies’.

Als eerste gaan we op zoek naar de onderwater-sculpturen. Deze staan op een diepte van ongeveer 5 meter bij een klein, idyllisch zandstrandje. We varen het baaitje voorbij. Om de hoek liggen namelijk mooringboeien waar we de HM tijdelijk kunnen parkeren. Zodra we bakboord uit gaan krijgen we 28 knopen wind om de oren. Kennelijk een onstuimig hoekje hier. We pakken de eerste mooringboei op. Tenminste dat is de bedoeling. Er zit echter geen lus aan waar we de landvast van de HM doorheen kunnen halen. Uhm, wat nu? “Zal ik je helpen?”, roep ik Koen toe vanachter het roer. “Ja!” Ik ren naar voren en neem de pikhaak van Koen over waarmee hij de lijn van de mooringboei heeft opgepikt en er al een landvast mee om de boei heeft geslagen. “Dat kun jij niet houden met deze keiharde wind!”, waarschuwt Koen. “Jawel, lukt me wel!”, roep ik eigenwijs terug. En prompt schiet de pikhaak uit mijn hand het diepdonkerblauwe water in. Ik spring er achteraan, gelukkig is het een drijvend exemplaar. Pffff, waarom ben ik ook zo eigenwijs en onderken ik mijn kippenkracht niet gewoon? Nou ja, een duik van Koen met een extra lijn en wat gefriemel later, drijven we veilig aan de incomplete mooringboei. Snorkel-outfit aan en op verkenning. Het is leuk, een zoektocht door een beeldentuin op de zeebodem. De sculpturen geven gebeurtenissen uit de geschiedenis van Grenada weer. Één van de sculpturen lijkt stuk geslagen door golven. Het is echter zo geplaatst als herinnering aan de tropische storm Ivan die in 2004 Grenada heeft getroffen en serieuze schade achterliet.
Nadat we weer zijn opgewarmd, het water is ook hier 28 graden maar na twee keer bijna een uur snorkelen wordt het toch fris, gooien we de trossen los en zeilen in een dik half uur naar de ankerplek bij Saint George. Deze stad is de hoofdstad van Grenada en het centrum bruist met haar vele winkels, markten, visafslag, bars en restaurants. Maar niet op 1 mei, de Dag van de Arbeid. Alles is gesloten en er vindt een grote bijeenkomst plaats in het stadion. Daar wordt door de ‘arbeiders’ samen gegeten en gedronken maar ook gediscussieerd onder leiding van de vakbonden. Het is een dag die hier echt leeft onder de bevolking.
Wij lopen door de stille straten, langs het fort en door het uit de 19e eeuw stammende tunneltje dat twee stadsdelen met elkaar verbind. Het herinnert ons aan de tocht over de Franse kanalen van anderhalf haar geleden. De reis door vele Franse tunneltjes en sluisjes uit de jaren 1800. Sweet memories 🙂 . We willen eerst naar de zuidkust van het eiland maar zullen zeker nog teruggaan naar deze toch wel bijzondere stad.

Onze eerste ankerplek in het zuiden is Prickly Bay. Alle zeilers die al op Grenada zijn geweest hebben het, in positieve zin, over deze baai. Nou, ik vind het drie keer niks. Het deint er vreselijk en het water is er viezig troebel. Nou ja, er zijn ook een paar pluspuntjes. Er is een grote watersportwinkel, bij het restaurant van de marina verkopen ze verrukkelijk, door de eigen kok vers gebakken, brood en er zit een Franse slager waar we rundergehakt kopen dat eindelijk eens geen ondefinieerbaar uiterlijk heeft en diepgevroren is, maar vers gedraaid wordt van een mooi stuk bief. Maar verder is het war ons betreft een plek om gauw te verlaten. We verkassen naar Hog Island. De tocht er naar toe is een pittige. Het is slechts 5 mijl, maar tegen de wind en de golven in is het een flink gehotseklots. Ook nog goed opletten voor diverse riffen waar we tussendoor en omheen moeten. Maar als we dan eenmaal achter het rif van de baai bij Hog Island liggen is het fantastisch kalm. In deze baai liggen veel ‘overzomeraars’. Cruisers die hier het hurricane-seizoen verblijven. Of alleen hun boot achterlaten aan een door hen zelf geplaatste of van een medezeiler overgenomen mooring en zelf naar huis in (vooral) Canada en Amerika vertrekken om omstreeks oktober/november weer terug te keren.
Op Hog Island is niets. Dat wil zeggen, er is een overdekte houten bar, die alleen overdag en tot in de vroege avond open is. Met kleine bootjes worden flesjes bier, fris en rum aangevoerd. Alles wordt in enorme koelboxen vol met ijs gedumpt en je hebt zowaar een bar met excellent gekoelde consumpties. Op zaterdag komen de locals naar het strand, op zondag zijn het voornamelijk de zeilers uit de omringende baaien die het eiland veroveren. Er staat zelfs een heuse cruisers-rockband te spelen. De apparatuur wordt gevoed middels een generator, want stroom is er op het eiland niet. Enkele locals bereiden heerlijke kip op de BBQ en bij een buffetje schept een prachtige donkere meid een bord met lokale gerechten voor je vol. Met onze buikjes rond, een biertje in de hand, blote voeten in het zand, genieten we van rock, soul en funk en voeren gepassioneerde gesprekken met onze Britse buurman die van Nederlandse afkomst blijkt te zijn en nog verrassend goed Nederlands spreekt. Zijn gezellige Ierse vriendin voert ook het hoogste woord en zo valt met de avond uiteindelijk het doek voor de band en is het tijd om op de HM terug te kijken op een uiterst geslaagde zondag. Niet alleen vanwege het muzikale strandfeest, maar ook omdat we voor die tijd de leidingen van het toilet ontstopt hebben. Een vreselijke shit-klus met een uiterst bevredigend resultaat: geen vieze geurtjes en overvolle vuilwatertank meer.

We willen Grenada met de bus gaan verkennen. En dus zeilen we terug naar de ankerplek bij Saint George. Van daaruit is alles wat gemakkelijker bereikbaar.
Daar loopt de wekker dus om 6.30 uur af want we willen op tijd bij het busstation zijn. Vandaag gaan we wandelen in de bergen, rondom het vulkaanmeer Grand Etang. Het leven hier in de Carieb komt altijd vroeg op gang. Als we rond 8.00 uur naar de marina varen waar we ons Veertje veilig kunnen achterlaten en vervolgens naar het stadscentrum lopen gonst het al volop in de straten. De winkels gaan open, busjes rijden af en aan, straatventers hebben hun koopwaar weer uitgestald. We lopen langs de kade waar de vissersboten liggen. Zoals alle eerdere keren dat we er langs kwamen hangen er mannen in de relax-stand op het dek, sommige al met een biertje in de hand. We wensen ze een ‘bon dia’, een prettige dag en ook wij worden een fijne dag toegewenst.

“This is your lucky day!” Een beweeglijke donkere man van achter in de dertig, met bloeddoorlopen ogen en een alcoholkegel van hier tot Tokio, springt plotseling voor ons heen en weer. Hij ziet ons met een plattegrond lopen en dat is bingo. Hij gaat met ons een toertje over het eiland rijden. Voor slecht 60 US dollars. We blijven 2 1/2 uur weg en mogen stoppen waar we willen. “Whatever you want!” No way! Zelfs voor niks stap ik nog niet bij deze benevelde man in de auto. Als we hem dat na drie keer herhalen eindelijk hebben duidelijk gemaakt wil hij ons wel even naar het busstation begeleiden, ‘for free’… We geven vriendelijk aan geen gids nodig te hebben want we weten waar het busstation is. Hij loopt toch voor ons uit, vertelt wat over de gebouwen die we passeren, waarschuwt voor ieder stoepje en open goot, houdt een auto tegen als we moeten oversteken. Uiterst behulpzaam… Maar we hebben zo onze twijfels en dus probeert Koen hem bij elke hoek van de straat nogmaals van zich af te schudden. Uiteindelijk dringt het tot de man door dat we echt geen gebruik willen maken van zijn diensten. En dan houdt hij zijn hand op, kijkt heel beteuterd en vervolgens heel zielig en vraagt om een fooi. Hij heeft drie kinderen thuis zitten en die moeten eten… Ik vind het echt wel zielig maar het feit dat we van begin af aan heel vriendelijk doch dringend hebben laten weten dat we niets van hem wilden maakt toch dat we de portemonnee niet trekken. En dan snuif ik de alcoholwalm die hem omgeeft hangt weer op en denk: “misschien een flesje rum minder kopen?” Waarna gelijk ook drie hele zielige kindertjes door mijn gedachten wandelen en ik mezelf ook weer enorme bitch vind. De man draait zich om en sjokt weg, mij met gemengde gevoelens achterlatend, hij op zoek naar een volgend slachtoffer.

Bij het busstation op zoek naar het juiste busje. Gevonden! Het openbaar vervoer bestaat ook hier uit de minibusjes waarin 17 zitplaatsen zijn. Ons busje zit al vol. Wachten dan maar op de volgende. Maar nee, dat is helemaal niet nodig. Er wordt wat geschoven en ook wij kunnen er dan nog bij. Gezellig opeen gepakt. Ik tel, naast de chauffeur, 21 passagiers en och we zitten allemaal, geweldig toch. In Nederland moest ik ‘s ochtends staan in de overvolle trein van Cuijk naar Nijmegen waar ook op ieder perron nog meer in leek te passen…
We rijden door bergachtige tropisch regenwoud. Het is er fenominabel mooi. Voordat we bij Grand Etang uitstappen (een tochtje van een klein half uur) ben ik al 9 keer uit- en weer ingestapt omdat andere reizigers hun plaats van bestemming hebben bereikt. En omdat ik op een soort uitklapstoeltje zit dat aan de zijkant van een vaste bank is bevestigd en bij de schuifdeur zit, moet mijn zitplaats bij iedere stop opgeklapt worden. Goede ochtendgymnastiek 🙂

We melden ons bij de dame van de administratie van het nationaal park waar we ons nu bevinden. In een groot vergeeld boek wordt tot op de minuut nauwkeurig vermeld hoe laat we vertrekken, welke trail we gaan lopen, aangevuld met onze namen. We hiken naar Mount Qua Qua. Een fantastische wandeling over de bergkammen rondom het vulkaanmeer. In de hoger gelegen gebieden van het eiland regent het regelmatig. Één van de redenen van de 50 tinten groen en de vele ‘kamer’planten met prachtige bloemen die hier in het wild groeien. Het woud is dicht, de paden zijn steil en soms erg glibberig en modderig. Opletten dat je niet valt want dan wordt je verblijdt met een modderbad. De uitzichten zijn groots, onze conditie blijkt voor verbetering vatbaar, de geest wordt gevuld met de schoonheid en kracht van moeder natuur, onze magen beginnen te bedelen om eten. Op de rots die het einde van de trail en het hoogste punt van Mount Qua Qua markeert genieten we als beloning voor het bereiken van de top van de meegenomen lunch. En als lichaam en geest weer uitgerust zijn glibberen we in anderhalf uur weer terug naar beneden. We melden ons netjes af, schrijven de exacte tijd van terugkomst in het grote boek, spoelen onze schoenen en sokken schoon bij het kraantje van de tuinman van de botanische tuin en stellen ons strategisch op langs de doorgaande weg om een busje voor de terugweg aan te houden. Helaas zitten de busjes die langs komen allemaal echt te vol. Ok, dan pakken we gewoon het busje dat de tegengestelde richting op gaat. We komen dan in Grenville aan de oostkust van het eiland. Daar is weer een busstation en hebben we een grotere kans op een plaats in een busje naar Saint George. Yes! Een busje naar Grenville. Helemaal vol… De chauffeur dirigeert echter een paar puber-schoolmeisjes naar een andere zitplaats en wij wringen ons tussen de passagiers op de achterbank. En we zitten weer allemaal…

Grenville is een openbaring. Geen toeristen, we zijn echt de enige blanken hier op straat. Het is er rommelig, oud, een beetje viezig, gezellig druk. En leuk! We slenteren er wat rond en ik scoor een paarse korte broek, of eigenlijk broekje, waarin ik volgens Koen weer een jong meisje lijk. Als ik dat voor de verkoopster vertaal lacht ze met haar hele gezicht een schitterende witte rij tanden bloot, omzoomd door volle vuurrode lippen. Het is me niet helemaal duidelijk of het toe- of uitlachen is, maar ik ben zeer content met mijn broekje.
In dit authentieke stadje wordt ons ook eindelijk bevestigd wat we al maanden vermoeden. Etenswaren zijn in de Carieb vooral (extra) duur waar toeristen zijn. Bij een bakker, simpel, geen winkel met opsmuk, 2 soorten brood, bruin en wit, kopen we een heel en heerlijk vers brood voor 3,50 EC dollar. Dat is iets meer dan een euro. Tot op heden was het goedkoopste brood 6,00 EC dollar…

Bij het busstation, een nette line-up op een groot stoffig plein, staan tientallen busje klaar voor hun rit. De chauffeurs roepen de bestemmingen en lokken je naar hun busje. Deze keer zitten we in een hypermodern zwart metallic exemplaar, vrij nieuw en spik en span. De airco staat aan terwijl we wachten tot het busje vol zit. Zodra dat het geval is vertrekken we. En dat zullen we weten. De airco gaat uit, het gaspedaal wordt helemaal ingedrukt en met piepende banden verlaten we het grote plein. Onze enigszins bejaarde achterbuurvrouw merkt van schrik op: “fasten your seatbelts!”.
Waarop ik reageer dat de chauffeur waarschijnlijk denkt dat hij Louis Hamilton is. Op de bergweggetjes driften we bijna de bochten door, Louis heeft één hand aan het stuur, de andere arm hangt nonchalant uit het raampje. Bij elke bocht wordt er luid getoeterd door een hendel met zijn sturende hand te bedienen. En dan gaat hij ook nog telefoneren. Maar daar moet hij wel eerst nog even zijn ‘oortjes’ voor zoeken die ergens in een vakje van het dashboard liggen. Dan weer ‘bam!’ vol op de rem voor een geparkeerde auto. Koen maakt nog wat opmerkingen over de Formule 1 en als we elkaar aankijken schieten we in de lach. Wat een rit! Even plotseling echter als we van start zijn gegaan wordt ongeveer halverwege de reis ook het gaspedaal weer losgelaten. Het wegdek is hier nat van de regen of het vochtige woud en dat is blijkbaar toch ook voor Louis iets te riskant. Gelukkig hebben we Max niet achter het stuur zitten want dan zouden we ook nu nog door de bochten glijden :-).
Onderweg hoeft bijna niemand uit te stappen en vanwege de race-modus staan we een half uur later in St. George. Als Koen Louis betaalt voor de dodemansrit verontschuldigt deze zich voor het onstuimige ritje. Waarom? Geen idee…

En dan zijn we alweer bijna twee weken verder. Op zaterdagmiddag nestelen we ons op het prachtige witte zandstrand van Grand Anse. Hét strand van Grenada. Handdoeken in het zand voor een traditioneel beach-barretje. We genieten van jazzy soul music, zalige BBQ-geuren, de inhoud van ons koeltasje en de tropische verrassingen die over het strand wandelen. Het is zaterdag, de plaatselijke jeugd voetbalt op het strand, maakt salto’s, flaneert. Leuke meiden met prachtig haar, kunstig gevlochten, gedraaid, ontkroesd of juist hoog de lucht in, strakke truitjes, korte jurkjes. Stoere jongens, eveneens met prachtig haar, getrainde lijven. Ze ontmoeten elkaar in de schaduw van de bomen op het strand, drinken een cocktail of een biertje, roken een jointje, luisteren naar muziek en voeren gesprekken. Het is een feest voor het oog, deze chill en laid back atmosfeer met de innemende jeugdige bewoners van dit eiland.
Voor ons is het het afscheid van Grenada. Op zondagochtend luisteren we eerst nog via Grand Prix Radio naar de F1 race van Spanje. ‘Onze Max’ rijdt zich naar het podium. Super! En dan is het voor ons ook tijd om te gaan koersen. ‘Start your engine!’ Gelukkig kan ons diesletje na enkele minuten weer worden uitgeschakeld. De zeilen stuwen onze bolide voort. En zodra we uit de luwte van Grenada zijn blaast de wind met een kracht van 20 knopen, precies wat we nodig hebben. Ruime wind, we schieten door het water. Zo’n 400 mijl te gaan voordat we in Bonaire zullen arriveren. Daar waar we familie en kennissen gaan ontmoeten en weer een beetje Nederland onder de voeten zullen hebben.  Dat lonkt, de HM voelt het ook. Ze lijkt er als door een magneet naar toe getrokken te worden. Wind en stroming van de Caribische Zee helpen haar. Snelheidsrecords worden verbroken. Zomaar 150 mijl in een etmaal, jeetje dit is mooi zeilen. Omdat we niet voor de wind willen zeilen kiezen we een koers met ruime wind. We varen hierdoor 80 mijl ‘om’. En zelfs dan komen we na het derde etmaal in de avond aan voor de kust van Kralendijk op Bonaire. Het is inmiddels donker. We zoeken en vinden een mooring waaraan we na wat gehannes in het donker, met een zaklamp in de aanslag, de HM keurig vastleggen. Het lijkt alsof op de kade Koen’s naam wordt geroepen. Het zal de vermoeidheid wel zijn… We trekken een welverdiend biertje open en gaan dan lekker, zonder een iedere 2 uur rinkelende wekker, geklots en gewiebel, slapen. We weten dan nog niet wat we de volgende ochtend gaan zien. Spannend!…

Kijk voor meer foto’s in de Fotogalerij.

7 reacties op dit bericht.

    De vand@@ltjes said:
    14 juni 2018 at 20:09

    Wat een heerlijk verhaal weer, kijk alweer uit naar het volgende deel om jullie volgende belevenissen te lezen.

    Dikke kus van de vanD@@ltjed

    Roni said:
    14 juni 2018 at 16:58

    Mooi! xxx

    wilma said:
    14 juni 2018 at 13:26

    het is weer een mooi verhaal .je maakt van alles mee.op naar het volgende spannende in het verre land.groet wilmolger

    cor veerhuis said:
    14 juni 2018 at 09:32

    Ha Koen en Ivonne. Mooi verteld weer! Ik zag het helemaal voor me, (ook dat broekje) Keep up the good spirit.
    Een vriend van mij is recentelijk ook op Bonaire aangekomen met zijn schip de “Rambler” een catalina 42.
    Doe hem de groeten als je hem spreekt.

    Scarlett said:
    14 juni 2018 at 09:00

    Wat leuk om te lezen weer!
    Dikke knuf,
    Scarlett

    Carolien said:
    13 juni 2018 at 22:08

    Hallo Yvonne & Koen.
    Een mooi verhaal, leuke uitspattingen.
    Heftig busreisje. Alles toch goedgekomen. Geniet van het volgende.
    Liefs Peter & carolien

    Rian said:
    13 juni 2018 at 21:57

    Wat n fijn verhaal weer lieverds!
    Dank jullie wel voor het deelgenoot zijn van jullie belevenissen.
    Ik begin jullie wel n beetje te missen!
    Geniet lekker verder, en tot het volgende verhaal!
    Liefs, Rian

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.