Blauwe wateren hebben diepe gronden, 09-05-2018

De maand april vertoeven we op The Grenadines. Een eilandengroep in de Caribische Zee waar ik voor ons vertrek nog nooit van had gehoord. Tot nu toe het meest formidabele stukje Carieb wat we hebben gezien. Geen parels maar zeldzame diamanten, fonkelmooi en ieder eiland met haar eigen uniek geslepen facet. ‘Diamonds are a girl’s best friend’, maar in dit geval ook ‘a boy’s’!

Zeilen is hier fantastisch. In (halve) dagtochten zeil je van het ene naar het andere diamantje. De route die we varen is Bequia, Canouan, Tobago Cays, Union Island, Tobago Cays, Canouan, Mayreau, Union Island, Carriacou, Grenada.
Altijd oostenwind tussen de 15 en 25 knopen en golven tot maximaal 2 meter. Hare Majesteit houdt ervan. Met halve of ruime wind snijden we heel relaxed door het water. Af en toe aan de wind laveren omdat we terug willen naar een eiland waar we al zijn geweest. Dat valt soms wat tegen omdat de stroming iets anders wil dan wij. Maar ach, een half uurtje de motor erbij en we zijn weer op de plaats van bestemming. Het is een kleine 5 maanden geleden dat we voor het laatst diesel getankt hebben en de kiel zit nog steeds driekwart vol 🙂 . Één van de weinige items die meevallen in het jaarbudget en reden om leuke vakantiedingen te ondernemen op The Grenadines.

Op Canouan ontmoeten we de bemanning van de Linde. Al bijna een half jaar geleden zagen we Hans en Carla voor het laatst in Portugal. Heel gezellig! Zij zijn al op de Tobago Cays geweest maar willen nog wel een keer terug. Dus hop, op naar de schildpadden en de onbewoonde eilandjes. Wow, Wow, Wow, wat een feest voor je ogen! Het water rondom de eilanden is bijna onwerkelijk blauw. Turquoise op z’n allermooist, bijna lichtgevend. En daar mogen wij ons anker droppen. Wat een verwennerij! En dat is nog maar het begin… Duikbrillen op, snorkels in de aanslag, shorty (wetsuit met korte mouwen en korte pijpen) aan (anders houdt dit koukleumpje het maar even vol in dit water van 28 graden…) en samen met Hans en Carla op zoek naar de zeeschildpadden. Wow, Wow, Wow, ik zwem tussen zeeschildpadden! Ze grazen een beetje tussen de grassprieten in het witte zand op de bodem. Slaan een paar keer met hun poten en stijgen dan langzaam op naar het wateroppervlak. Steken hun lelijke, maar o zo knuffelbare, oer-kop even boven het wateroppervlak uit en dalen dan weer af. Wat een rust stralen deze beesten uit. En wat is het onwerkelijk maar fantastisch om dit te mogen meemaken! We Genieten met een megagrote G.

De Tobago Cays (niet te verwarren met Tobago van Trinidad & Tobago) worden omgeven door een groot hoefijzervormig rif (het Horseshoe Reef). Een uitgestrekt snorkelparadijs waar we menig uurtje doorbrengen. Zowel aan de binnenkant van het rif waar het water relatief rustig is en ondiep, als aan de buitenkant waar het wat meer golft en deint en het rif een onmetelijke diepte in lijkt te gaan. We drijven boven een wereld die zonder snorkelset of duikuitrusting verborgen blijft. Een wereld met vissen in alle soorten en maten, exotische kleuren, koraal en waaiers die meedeinen met de golven. Een pijlstaartrog graaft zich in in het zand en gaat vervolgens weer op strooptocht. Scholen koraal-inktvissen. Een gevecht tussen de diverse vissoorten, allemaal hun plekje opeisend. Allemaal op zoek naar voedsel. Snuffelend tussen het koraal en nieuwsgierig naar Koen zijn vingers. Kleine vissen schieten ‘zjoef zjoef’ voorbij. Ze worden opgejaagd door een uit de kluiten gewassen tonijn. Trompetvissen en kameleons van de oceaan die zowat in hun omgeving verdwijnen als ze stil op de zeebodem liggen. Koffervisjes die Swarovski-bekleed lijken als zonnestralen ze te pakken krijgen. Sprookjesachtige zeesterren die op kussentjes uit een Arabisch paleis lijken. Het is een eeuwigdurende voorstelling waar we geen genoeg van kunnen krijgen. Maar als we ‘ouwe-vrouwtjes-handen’ hebben en al het gevoel uit onze vingertoppen is verdwenen wordt het toch tijd om te gaan opwarmen onder de Caribische zon. Dan struinen we de onbewoonde eilandjes af. We horen geritsel tussen de struiken. Een paar leguanen zitten elkaar achterna. Ze klimmen een boom in. Prehistorische meesterwerkjes die voor ons lijken te poseren.

Inmiddels weten we ook dat de bemanning van de White Mustang op Union Island is gearriveerd. Cees en Majida en hun zoontje Marijn. Met hen hadden we via de SSB-radio dagelijks contact tijdens de Atlantische oversteek. Dus hop, op naar Clifton, Union Island. Het wordt een ontzettend fijn en gezellig weerzien op een buitengewoon sfeervol en relaxed eiland.
We installeren ons vijven bij een heerlijk shabby strandtentje. Marijn vermaakt zich met het verplaatsen van stenen. Wij kletsen onder het genot van een Carieb-biertje bij en horen buitengewoon fijne verhalen over Suriname waar de White Mustang net vandaan komt. Als de zon onder gaat schuiven we aan voor de BBQ van het ‘restaurant’. Met de keuze uit kreeft, kip, blue merlin of red snapper. Koen en ik kiezen voor de red snapper. Met lekkere salade, traditioneel bereide aardappelen en gebakken banaan. De ober (stel je een rapper voor, met zo’n spijkerbroek tot halverwege zijn billen, en dan met een vaal, aftands T-shirt en zonder gouden kettingen) rookt tussen de bedieningen door een jointje. De reggae schalt uit de boxen. Als toetje krijgen we een brownie-achtige cake die verrukkelijk smaakt. Voor Marijn een extra groot stuk want met zijn blonde krullenkoppie is ie gelijk de lieveling van iedereen. Maar zo’n groot stuk is toch wat veel voor Marijn, dus bordjes worden onderling gewisseld. We maken nog een grapje, “als het maar geen space cake is, want dan klopt het niet meer…” Met ronde buikjes stappen we tegen achten in ons Veertje. Wat een heerlijk avondje. We slapen zacht…

Chatham Bay op Union Island is mijn tot op heden all-time-favourite. Rustig (buiten de windstoten die om het kwartier van de berg af komen denderen en de HM halve maantjes laten draaien), afgelegen, helder water, schildpadden rondom de boot, geen geëxploiteerd strand, alleen maar een paar simpele houten strandtentjes, een prachtige snorkelplek en heel veel groen. Er is dus eigenlijk gewoon heel veel niks.
Helaas zijn vergeten om te gaan pinnen voordat we Clifton verlieten. Dus wandelen we vandaag naar het stadje waar de enige geldautomaat in de weide omgeving te vinden is. Het is aan de andere kant van het eiland, een wandeling van slechts een kilometer of vier maar wel berg op, berg af. Het pad vanaf het strand naar de verharde weg is hult en bult. Als we net op de verharde weg zijn komen er twee honden aan. Blonde labradors of zoiets. We wachten tot ook hun baasje ons voorbij loopt. Maar hij of zij komt niet… De honden zijn vrolijk snuffelend zelfstandig op avontuur. Ze blijven gezellig met ons mee lopen. Af en toe duiken ze de bush in als ze iets horen of ruiken. Zo ook nu. En dan horen we ineens een heleboel geroffel van ontzettend veel pootjes. Chips, wat krijgen we nou?… Een hele kudde geiten stormt voor ons de weg op. Opgejaagd door de twee blonde viervoeters. De geiten keutelen van angst de hele straat onder en stuiven door de tuinen van een paar lager liggende huizen naar beneden. Een flinke stofwolk achterlatend. De vrouw des huizes komt met een gezicht als een donderwolk naar buiten en kijkt ons boos aan. De twee blondjes lopen namelijk weer als vertrouwd naast ons. We verontschuldigen ons snel dat de honden niet van ons zijn, maar ik geloof niet dat de vrouw ons gelooft…
Het is warm en als er een busje voorbij komt stappen we in voor de laatste anderhalve kilometer van Ashton naar Clifton. Koen er in, ik er in, één van de honden er in. Dat was niet de bedoeling! De chauffeur van het busje kijkt ons verbaasd aan. We proberen de hond uit het busje te bonjouren, maar die ligt al breeduit voor de achterbank en geeft geen sjoege. Dus… ik er uit, Koen er uit, hond er uit. Ik er in, Koen er in en snel de deur dicht. Zo, we kunnen vertrekken.
Pinnen, naar de groentemarkt en naar de supermarkt. Die laatste is zoals Koen het noemt ‘zeer overzichtelijk’. Dat houdt in: schaphoogte tot aan borsthoogte, van alles slechts één soort en alles lekker breeduit opgesteld zodat de schappen toch nog enigszins vol lijken. De keuze uit (diepgevroren) vlees bestaat uit kip(penvleugels), kip(penpoten) of (hele) kip. Ok, makkelijk zat, kip wordt het dus!
Na deze enerverende boodschappenmiddag nemen we het busje terug naar Chatham Bay. Dat komt in de praktijk neer op: tot aan het punt waar het zandpad naar de baai begint. De bestuurder van het busje stopt echter al bij een bocht eerder. Hier kun je naar beneden zegt hij, en hij wijst naar een smal en redelijk steil uitziend pad. “Oh!? You know for sure? On flipflops?” Hij knikt bevestigend waarbij zijn halflange dreadlocks overtuigend mee jumpen. “Trust me!” En wie zijn wij dan om daar aan te twijfelen? We lopen het smalle pad af en het dichte bos in. Het pad is een soort geitenpad, slingerend, soms goed te doen, soms steil, maar in alle gevallen regelmatig gebruikt door locals. En ja hoor, we komen netjes uit op het strand van Chatham Bay via een kortere route dan die we namen op de heenweg.

We zijn zo onder de indruk van de Tobago Cays dat we er nog een keer naar terug gaan. Op één van de onbewoonde eilanden kun je ‘s avonds kreeft eten. Een BBQ in een paradijselijke setting. Op het strand, de HM en ondergaande zon op de achtergrond. Met Cees, Majida en Marijntje is het wederom erg gezellig. Ook Joris van SY Pantharei schuift aan. Leuk, verhalen uitwisselen, ervaringen en gevoelens delen, mijmeren over het vertrekkersleven en hierover van gedachten wisselen met lotgenoten. Het blijkt niet altijd alleen maar rozengeur en maneschijn. Dat weten wij maar al te goed. Heimwee-gevoelens zijn momenteel ver naar de achtergrond verdrongen vanwege al het moois en het prettige gezelschap. Zeilperikelen, ontbrekende autopilot, niet 100% goed werkende windvaanstuurautomaat, dure dagelijkse boodschappen, etcetera, etcetera, nu even niet! Deze zaken spelen immers niet in het paradijs. En dat is waar we ons nu bevinden.
Nogmaals verkennen we de onderwaterwereld van de Cays. Koen gaat scuba diven met Cees en komt terug met enthousiaste verhalen over de magnifieke kleuren van het koraal en een haai die in de verte voorbij zwom. En ik weet het nu echt zeker: ik wil ook mijn duikbrevet halen. Op Bonaire of Curaçao gaat dat gebeuren. Deze voor mij onbekende, spannende, soms enigszins beangstigende, maar vooral fascinerende onderwaterwereld. Ik wil het ook kunnen bewonderen en leren kennen.

Nadat we afscheid hebben genomen van de lieve bemanning van de White Mustang gaan wij nog een keer terug naar Canouan. We snorkelen er en willen aan land. We wandelen een strandje op en worden gelijk opgevangen door een heel lief ogende ober, in smetteloos wit gestoken wat fantastisch afsteekt tegen zijn diep donkerbruine huid. Hij legt ons uit dat een groot deel van dit eiland privé is. En dat is precies het deel waar wij ons nu bevinden. Er staan luxe privé villa’s. We mogen op het strand liggen (jawel hoor…) en kunnen het sjieke beachrestaurant bezoeken, maar verder worden we vriendelijk verzocht rechtsomkeer te maken. Hij vertelt het allemaal zo lief, dus dat doen we dan maar. We hadden er al iets over gelezen. Onze cruisingguide vermeldt iets in de trant van: ‘de rich & famous voelen zich hier comfortabel vanwege het hoge serviceniveau en faciliteiten’. Dat willen we dan toch wel eens zien en we laten het anker vallen voor het stadje Charlestown. Die plaatsnaam klinkt als heel wat maar het is een dorp niet groter dan Sint Tunnis. Het oogt armoedig en rommelig en iedereen is ontzettend vriendelijk. Waar we ook kijken, er ligt overal afval en rotzooi. We zien helemaal niets van luxe. Dat is blijkbaar alleen te vinden bij de luxe resorts rondom het vliegveld.
We wandelen het kleine eiland over. Zoals ook op de andere eilanden zijn de wegen hier recht tegen de berg op gelegd. Bochten kennen ze niet. Onze kuiten hebben het zwaar te verduren als ze weer een 45 graden helling op moeten. Aan de andere kant van de weg sjokt een local in de relaxmodus. “We moeten ons tempo aanpassen” zegt Koen, “anders vallen we hier op.” Ik schiet in de lach. “Denk je niet dat we sowieso opvallen!?” Want alhoewel we inmiddels een lekker goudbruin kleurtje hebben zullen we altijd wit blijven afsteken tegen de lokale bevolking.

Via de helaas ontzettend rollende, maar uiterst idyllische palmenbaai op Mayreau en een veel rustiger ankerplek bij Saline Bay zeilen we uiteindelijk weer terug naar Chatham Bay op Union Island. Over een paar dagen gaan we nog eens ‘oude bekenden’ ontmoeten, Floor & Casper van de Summerwind. We mogen wel een lekker visje vangen onderweg, appen ze. Och, en dan doen we dat toch gewoon even… Vlak voordat we Chatham Bay invaren loopt de vislijn met een razend tempo af. We harken een flinke tonijn naar binnen. Dat is een goede binnenkomer!
Morgenvroeg naar Carriacou. Slechts 9 mijl verderop.

Carriacou hoort bij Grenada. We verlaten The Grenadines. Hoog tijd overigens, want het vlaggetje is tot op de draad versleten. Tijd voor een nieuwe, die van Grenada.
We varen Tyrell Bay binnen met ruim 2 kilo verse tonijn in de koelkast. Die gaan op de BBQ om samen met de bemanning van de Summerwind en Mi Dushi (waar we daar kennis mee maken) te verorberen. Inklaren komt morgen wel, eerst een gezellig avondje.

Nadat we een beetje hebben uitgeslapen gaan we inklaren. Een jonge man en een jonge vrouw achter een bureau. Strakke, strenge gezichten. De vrouw met paarse lippenstift en groene nagels stelt vragen. Ik moet telkens vragen wat ze zegt want ze praat zachtjes en onduidelijk. Bij elke vraag kijkt ze ons streng aan. Tussendoor, als ze één en ander intypt op haar computer, neuriet ze ritmisch mee op de muziek die ergens op de achtergrond klinkt. Dan is haar gezichtsuitdrukking ineens opgewekt en vrolijk. Volgens mij krijgen die lui gewoon les in onvriendelijk kijken en autoriteit uitstralen… Maar al na 10 minuten we krijgen de vereiste stempels en papieren en mogen we een maand hier blijven.

Omdat we zo genieten van de vrolijke kleuren en het vele groen (alhoewel Carriacou vrij droog is), en omdat onze benen steeds meer stakerig worden vanwege het vele zitten op de HM, nemen we ook hier weer de tijd voor een flinke wandeling. Naar het stadje Hillsborough. Ook hier geldt weer dat ‘stad’ wel heel veel is voor dit ‘dorp’, maar het is een uiterst sfeervol plaatsje. Het is inmiddels lunchtijd dus we lopen één van de vele ‘take aways’ binnen. In het hokje, achter de toonbank, hangt het menu. In donkerblauw op een zwart bord, dus moeilijk leesbaar. De keuze blijkt te bestaan uit 2 chickenwings & fries of 3 chickenwings & fries of 4 chickenwings & fries. Oh ja, en ook nog alleen frietjes. Chickenwings dan maar hè 🙂 . Het leven kan zo simpel zijn.

Nadat we een wasje bij de laundryservice hebben gedaan, de HM weer toonbaar hebben gemaakt (er hing vanwege het vele stil liggen een groene baard van heb ik jou daar aan de waterlijn) en een treetje Hairoun bier hebben ingeslagen wat hier ECD 50,- (zo’n kleine EUR 18,-)! goedkoper is dan in Bequia, vertrekken we naar Grenada. Dat wordt ons laatste eiland voordat we oversteken naar de ABC-eilanden.

Koen vindt dat ik nu moet stoppen. “Het verhaal wordt veeeeel te lang!” En aangezien de kapitein beslist over de zeemanszaken 😉 : de avonturen in Grenada in een volgend deel!

12 reacties op dit bericht.

    Thea en Henk said:
    14 mei 2018 at 18:17

    Wat weer een mooi verslag. Wij genieten er steeds weer van. En ik ben het eens met Irene Koen, laat Yvonne maar schrijven. Hoe lang ook het verhaal wij vinden het heerlijk ze te lezen.
    Goede reis naar Bonaire.
    Groetjes,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.