Dagboek

Altijd blijven lachen, januari 2020

De kalender van 2019 is ‘op’. Het was een bewogen jaar met fascinerende zeiltochten en eilanden in de noordelijke Carieb. En een verblijf in Nederland met een dubbel gevoel. Maar nu is het 2020. Een jaartal dat klinkt als sciencefiction, als Buck Rogers, Startrek of Back to the future. Een heel nieuw jaar, met zelfs een extra (schrikkel)dag voor weer heel veel nieuwe plannen en avonturen. Lekker! Zin in! Maar eerst is er werk aan de winkel, oftewel aan de boot. De werf op, schilderskloffie en crocs uit de kast en hop hop vooruit met de geit.

Op aanraden van de crew van SY Tutti en in het vorige hurricane-seizoen reeds in ons hart gesloten en op het Spaanse Water wonende local Arthur, kiezen we ervoor om deze keer niet naar Curacao Marine te gaan maar naar Royal Marina. Dat klinkt heel koninklijk en dus als de perfecte plek voor onze Hare Majesteit. De realiteit is daarentegen aanzienlijk anders. Het bestaat er namelijk vooral uit ouwe zooi. Na ons eerste bezoek, waarbij we wel een mooi prijsje voor in en uit het water en overnachten op de werf hebben bedongen, gaat mijn voorkeur er dan ook naar uit om toch maar wat meer te betalen en naar het meer fatsoenlijke Curacao Marine te gaan. Koen komt desondanks met twee argumenten waar ik niet omheen kan. De eerste is dat hij twee roestplekjes in de bilgen heeft gezien waarvan hij niet kan beoordelen in hoeverre die oppervlakkig zijn of meer ernstig van aard. Hij durft er pas wat steviger op te gaan bikken als we op de wal staan en zal dan pas kunnen bepalen of het onschuldig is of dat er een lasser aan te pas moet komen omdat het staal er toch té dun aan het worden is. Bij Royal Marina loopt een lasser rond die dit soort klusjes voor een appel en een ei snel kan klaren. Bij Curacao Marine moet je een lasser via de officiële weg inhuren. Dat houdt in dat je buiten het uurtarief en de materialen ook een fee aan de marina moet betalen omdat er iemand van buitenaf bij hen op de werf aan het werk is. Deze fee alleen bedraagt al gauw USD 70. Maar pas echt overtuigd ben ik als Koen zegt: “en die vieze bruin uitgeslagen wc en aftandse douche zijn des te meer reden om zo hard mogelijk te werken om zo snel mogelijk weer het water in te kunnen.” En die is precies in de roos aangezien ik het wonen op de werf vorig jaar op zijn zachtst gezegd onprettig vond. En daarmee ben ik derhalve snel overgehaald.

We doen heel veel opknap-klussen terwijl we geankerd liggen op het Spaanse Water, maar sommige dingen kunnen alleen als de boot op de wal staat. Uiteraard wisselen we de broodnodige onderhoudswerkzaamheden af met leuke dingen zoals een show van Najib Amhali, snorkelen en een kerst bbq op het strand, gezellige uitjes met Willy en Ria in de auto van Arthur, happy hour en heerlijk dansen bij Zanzibar met Frodo en Silvia en heel veel gezellige borrels aan boord. En om dit nu al bijzondere jaar 2020 goed in te wijden gaan we op de eerste zondag van het jaar naar Fuikdag. Een groot ongeorganiseerd feest op het water. In Fuikbaai. Waar je uitsluitend varend kunt komen. Mensen betalen giga-prijzen om als passagier op te kunnen stappen en mee te feesten. Bijna hadden wij ook zo’n vangst maar uiteindelijk gaan we lekker met z’n tweetjes. Het is een compleet gekkenhuis van alles wat drijft en vaart. Het middelpunt is een antraciet spacy superjacht. Een heel regiment aan gigantische geluidsboxen vult het achterdek tezamen met diverse DJ’s waaronder de wereldberoemde Nederlander Ryan Marciano die normaal gesproken met Sunnery James (de man van Doutzen Kroes) optreedt.

Motorjachten met buitenboordmotoren tot 375 pk (en dan 3 stuks) liggen zij aan zij. In de door boten gevormde straatjes drijven partypeople op zwembanden, enorme opblaasbare roze flamingo’s, eenhoorns, noodles etc. De menigte wordt af en toe uit elkaar gedreven door ronkende maar rustig varende waterscooters waarop met gouden kettingen uitgedoste Antilianen en hun weinig verhullende prachtige dames, een beker rum en mobiele telefoon in de hand, zich graag laten bewonderen. Wij wagen ons met ons Bijtje ook in het feestgedruis, motor uit en roeien of mee laten drijven in de menigte. Het is fantastisch! Zo’n chaos en toch zo relaxed. Dit is de beloning voor twee maanden flink klussen. Even lekker los, even lekker niet aan die oneindige kluslijst denken. De coastguard, douane en mariniers houden een oogje in het zeil en creëeren door uitsluitend aanwezig te zijn een veilig gevoel. Zo hoort een feestje gebouwd te worden.

De volgende dag, weer terug op het Spaanse Water, volgt voor Koen de laatste klus voor vertrek naar de werf. Hij trekt zijn duikuitrusting aan en schuurt het hele onderwaterschip met een waterproof schuurpapier met een open structuur. Hierdoor hoeven we straks op de wal nauwelijks meer te schuren en voorkomen we een zeer onaangenaam en ongezond stoffig klusje. 

Zo, we zijn er klaar voor. Was gedaan, boodschapjes aan boord, voorraad klusartikelen in de ‘garage’, laatste borrel gedronken met Arthur en Willy & Ria waarmee we hele gezellige Curacao-maanden hebben doorgebracht. Anker op en naar Piscadera. Het is een relaxed zeiltochtje, voor de wind, met een knoopje of 4 dobberen we naar de ingang van de baai waaraan de Royal Marina zich bevindt. We hebben met ‘manager’ Hensley afgesproken dat we om 13.00 uur aanwezig zullen zijn om uit het water gehesen te worden. We hebben goed getimed en leggen rond 12.30 uur aan. Koen gaat op zoek naar Hensley, maar verneemt dat zijn auto er niet staat en dat dat inhoudt dat de goede man dus afwezig is. Ok, dan maar eerst lunchen, hebben we dat in ieder geval alvast gehad. Na de lunch wachten we op Hensley die na een uurtje naar ons toe komt. Of we even willen meelopen om te praten. We nemen plaats in zijn kantoor, oftewel het terras van één van de aanwezige gebouwtjes met witte plastic tuinmeubelen en waar het wemelt van de muggen. “Wat hebben we ook alweer afgesproken over de prijs?”, is zijn vraag. We hadden van anderen al zoiets begrepen en dus bij onze eerdere date in de notities van de telefoon weggeschreven welke prijs we overeengekomen waren. Want bij deze goedlachse bolle Curaçaoënaar komt het woord “administratie’ niet voor in het woordenboek. De prijs voor haul & launch (uit en in het water) is inclusief afspuiten met de hogedrukspuit. Er volgt een diepe frons want dat apparaat blijkt gisteren stuk gegaan te zijn. Hensley pakt zijn telefoon en gaat bellen. Een kort gesprek in Papiamentu later kan hij ons melden dat hij een hogedrukspuit geregeld heeft bij ene Antonio. Mooi! Ik ga even muggenspray halen want die kleine ellendelingen hebben me alweer flink bij de enkels te pakken. Als ik terug ben hoor ik nog wat vage ‘bon’s (wat ‘goed’ betekent) en spreken we af dat hij de HM om 15.15 uur uit het water takelt. Verder dus maar weer met wachten. Om 16.00 uur klimt meneer dan eindelijk op de enigszins roestige kraan en rijdt het gevaarte langzaam richting de HM. De hijsbanden worden geplaatst. Onze dame wordt omhoog getakeld en dan blijkt dat er één band onder de kiel zit. Dat is niet goed. Zakken en verplaatsen. Het hulpje van Hensley is niet één van snuggersten. En zelfs Hensley verklaart tegenover Koen dat de reeds op leeftijd zijnde onhandige lange slungel niet veel in zijn mars heeft maar aan het einde van de klus wel vrolijk zijn hand omhoog houdt. Ik begrijp dit niet: zoveel werkelozen op Curacao, dan moet er toch betere hulp in te schakelen zijn? Maar goed, net voor zonsondergang staan we op de bokken op de wal en kan Koen eindelijk beginnen met het afspuiten van het onderwaterschip. Hensley heeft wel in de gaten dat Koen even niet gestoord wil worden en hij moet het dus met mij doen. Of ik even gelijk wil afrekenen. Ik ben nogal verbaasd maar bevestig dan dat ik dat wel wil doen. Ik overleg het nog even met Koen. “Beetje vreemde gang van zaken toch?….” Maar ok, uiteindelijk maakt het natuurlijk niet uit of we nu of aan het einde van de totale werkzaamheden betalen. Ik overhandig de contanten, een kwitantie zal later volgen…

De volgende ochtend loopt de wekker om 6.00 uur af en gaan we voortvarend aan de slag. Eerst met het opruimen van hondenpoep rondom de boot. Er lopen 7 honden van het Curacao-ras rond en daarnaast een wit-bruin mormel dat loops is en een zwarte viervoeter die denkt dat ie de Italian Stallion is en constant op wit-bruin kruipt. Ik denk dat ie echt een beetje verliefd op het gehavende en oerlelijke teefje is. Want als één van de andere honden op een keer met wit-bruin aan de haal gaat (letterlijk en figuurlijk want ze zitten na de daad zeker een kwartier aan elkaar vast) dan wordt de stallion heel boos. Hij laat het stel met rust zolang ze tot elkaar veroordeeld zijn, maar zodra ze los zijn krijgt de concurrent er flink van langs met een angstaanjagende grom-kanonnade. Het is zielig hoor, al die honden. Het is bijna allemaal inteelt, ze zijn mager en worden amper gevoerd. Alleen één van de medewerksters van een charter-catamaran brengt regelmatig hondenbrokjes mee.

We schuren, primeren, plamuren en brengen op het onderwaterschip dikke lagen, volgens het etiket op de emmer zwarte antifouling aan die in werkelijkheid toch echt bruin is. Maar dat mag de pret niet drukken.

Koen gaat aan de slag om de davits te verstevigen. Als ons Bijtje er in hangt lijken deze wat door te gaan hangen en dat wil hij verhelpen. In Nederland hebben we mooie rvs stangen gekocht met bijbehorende bevestigingsbeugels. Gaatjes boren in de bestaande brug en de bevestigingsbeugels vastschroeven. Klaar is Kees, uh Koen. Twee afgebroken boortjes verder en de stangen nog niet bevestigd stapt een gedesillusioneerde Koen op Antonio af. Antonio heeft meerdere boten (of wrakken?…) op de werf liggen die hij met behulp van een internationaal gezelschap aan personeel (Nederlander, Curaçaoënaar, Haïtiaan, Colombiaan) aan het opknappen is. Hij heeft ook een lasser in dienst, de Colombiaan met de sprekende naam Christobal. En ja hoor, hij kan ook héél goed rvs lassen. Kom maar op dan met die man. Al de volgende dag staat hij aangelijnd op ons achterdek. Meneer de lasser is al een paar keer van de trap gevallen en inmiddels een beetje angstig voor werk op hoogte. Christobal gaat daarom vastgeknoopt aan de boot aan de slag. Koen houdt op nog geen halve meter afstand de wacht. Ik kwast ondertussen vrolijk door onder de boot alhoewel mijn rug inmiddels aardig aan het tegensputteren is. Koen volgt het Zuid-Amerikaanse laswerk met argusogen, daarna met grote ogen, daarna met tranen in de ogen. Het afgeleverde werk is echt, op z’n Brabants gezegd ‘braoiwerk’ en Christobal pakt ook iets te vaak de slijptol in de hand. Ik hoor Koen diverse malen zeggen dat ‘yo’ het verder wel afwerkt. Onze Colombiaan spreekt alleen Spaans en Koen komt, ondanks bijna dagelijkse lesjes Spaans, door de zenuwen niet verder dan het Spaanse woord voor ‘ik’: yo. Hij wil namelijk niet dat Christobal nog meer verprutst en trekt de slijptol zowat bij de goede man uit de handen. Uit goed fatsoen geeft ie ‘m 10 gulden fooi, blij dat ie weg is maar uitermate teleurgesteld over het resultaat. Ik vind het er ook foeilelijk uitzien en vraag me af hoe iemand kan zeggen dat hij dit kan als hij zulk werk aflevert. Of denk ik nog steeds teveel in Nederlandse maatstaven? Nou ja, wat dan ook, het ziet er gewoonweg niet uit… 

Koen stelt me gerust: “ik ga dit oplossen. Tijdens de bouw van de achterbrug heb ik gezien hoe je dit soort dingen weer mooi kunt polijsten. Komt goed!” En inderdaad, een paar uur polijsten en poetsen later oogt het een stuk beter. Het is niet prachtig, maar het stoort me niet meer. Niet meer aan denken, de volgende klus oppakken en wat er ook gebeurt altijd blijven lachen.

Koen checkt de plekjes in de bilgen waar wat roest zit. Gelegen in het water durfde hij op deze plaatsen niet te hard te bikken uit angst voor fatale gevolgen. Want ondanks dat we allebei een rotsvast vertrouwen in onze Iron Lady hebben, weet je maar nooit wat er onder de verflagen en onder water allemaal met het staal gebeurt. Er blijkt gelukkig niets aan de hand. Wat oppervlakkig roest wordt verwijderd en voorzien van een nieuw laagje primer. Ook de roestplekken aan de buitenkant op de romp worden grondig aangepakt. Overal waar oranje roeststrepen lopen dient actie te worden ondernomen. Ik blijf maar volhouden dat bij een volgende algehele schilderbeurt van de romp onze majesteit een oranje mantel krijgt zoals het een Nederlandse koningin betaamd. Dan vallen die roeststrepen niet meer zo op. Maar ik kan Koen nog niet echt overtuigen. Ik heb hiervoor hopelijk zéker nog anderhalf tot twee jaar de tijd want we hopen van harte dat we het zo lang kunnen rekken om weer uit het water te moeten. Ik blijf het dus nog wat maandjes proberen.

Op de punt van de boot, bij de preekstoel, is echter wel een plekje wat iets meer aandacht verdient. Daar zit echt wel een gat en waarschijnlijk (of hopen we gewoon dat dit het is?) is dit ook de oorzaak van de lekkage in de slaaphut. Er moet gelast worden… En dat gaat Christobal doen… Ik vind het drie keer niks, maar Koen is de expert en hij gelooft er in dat, gezien de andere las-klussen die hij hier van hem heeft gezien, onze man dit soort werk in Colombia toch ooit eerder gedaan heeft. En ja hoor, dit klusje wordt zonder problemen geklaard. Weer bijna waterdicht. Koen mag hiervoor eerst nog met de vieze knoeiboel epoxy-hars aan de slag. Daarna het teakdek weer repareren. Een beetje zagen, schuren, puzzelen en knutselen en het ziet er weer picobello uit. 

De dagen vliegen voorbij, er staat een lekker briesje en helaas vallen er ook veel fikse buien. Dan moet al het elektrische gereedschap weer naar binnen en de generator die ons van stroom voorziet afgedekt worden met een vuilniszak. Trapje op, trapje af, trapje op, trapje af. Ik schuil regelmatig hurkend onder de boot om na tien minuutjes weer te kunnen genieten van zonneschijn. Alles is snel droog en door maar weer!

De watertanks zijn inmiddels ook leeg en we geven Hensley door dat we deze graag willen vullen. Dat kan. Water gebruiken kost 15,- Antilliaanse guldens (€ 7,50) per dag. We blijven Hollanders en dus spuiten we ook gelijk de hele boot af. Er wordt namelijk niet gekeken naar hoeveel water je op die dag gebruikt. Wel gelijk afrekenen want de portemonnaie van Hensley (of van zijn vrouw?) is echt helemaal leeg… Kwitantie? Nooit gezien… Van de eerste betaling? Nooit gezien…

Mevrouw Hensley dopen we om tot mevrouw Unox. Ze loopt overdag regelmatig met een gebreide Unox-muts van de Nieuwjaarsduik die ook hier op het eiland volop populariteit geniet. Met haar mollige lijf in strakke bontgekleurde spandex jurken zie ik haar af en toe voorbij klepperen. Met een kan ijskoude agua de limunci (limoenlimonade) voor manlief, druk kwebbelend in Papiamentu waar ik niets van kan maken. Of ze is druk met het ontvangen van familiebezoek. Of het wassen van de auto. De zilvergrijze Japanse middenklasser is de trots van het echtpaar. Regelmatig gaan ze er ‘s avonds op uit. Dan is de Unox-muts af en is mevrouw, nog steeds in lekker strakke kledij, fris en opgedoft. Maar de auto dient ook nog een ander belangrijk doel. Als Hensley van zijn woning, aan de ene kant van het terrein van de werf, naar het andere eind van de werf moet, of zelfs halverwege moet zijn, dan pakt onze boss de auto. Natuurlijk! Het is misschien wel 150 meter lopen… en dat doet je toch niet!?…

Boodschapjes doe ik bij de Carrefour. Die hebben ze hier, naast een Appie, sinds een jaartje ook hier op Curacao. En deze zit toevallig dichtbij de werf in een modern airco gekoeld overdekt winkelcentrum. Onderweg kom ik het roedel honden van de werf tegen. Ze struinen door de sumpiña’s, de doornstruiken die hier over het hele eiland eindeloos veel voorkomen en regelmatig in onze flipflops en voeten prikken wat behoorlijk pijnlijk is. De bende van gehavende en op elkaar gelijkende beesten steekt de drukke, soort van ‘provinciale’ weg over waarlangs ik loop. En als nog niet iedereen aan de overkant is wachten ze netjes op elkaar. Blijft er eentje achter tijdens de wandeling dan wordt ie met geblaf en een spurtje teruggehaald naar de groep. Ze zorgen goed voor elkaar, mooi om te zien. Ondanks het naar mijn mening beroerde leven van de doggies lijken ze er toch het beste van te maken met z’n allen. 

De Franse supermarktgigant heeft een prachtige winkel met een uitgebreid assortiment ingericht. Maar je moet wel opletten wat je koopt want niet alle verse spullen zijn hier even vers. We treffen er zelfs een keer een aantal groene broden in het schap aan. En de chocoprince-koeken die in de ‘promotion’ zijn smaken naar zeeppoeder.

Mooie wijnen lonken en ook de vrieskasten met kant-en-klaar-maaltijden. Da’s best lekker na een dag fysieke arbeid die je niet gewend bent. Diepvries-paella in een pan mikken en het vuur eronder. En dan even samen met manlief en een koud pilsje met de benen omhoog in de kuip. Werkbespreking voor de volgende dag en plannen voor de komende maanden maken. Dat dagelijkse koude biertje is trouwens wel een uitdaging. Onze koelkast werkt op waterkoeling en dat werkt natuurlijk niet nu we op de wal staan. Dus zakken met ijsblokjes in de koelkast moeten zorgen voor de enige koude plek aan boord.

Als we onze arm- en rugspieren voorlopig even voor het laatst nog een enorme fitness-boost hebben gegeven door de romp te ontdoen van alle vieze strepen en licht krasjes en in de wax te zetten, wordt het tijd om de HM weer te water te laten. “Kan dat ook op zondag?”, vragen we Hensley. “Ja hoor, geen probleem, ik werk zeven dagen per week”, is het antwoord. Ja hoor, geen probleem, dat snap ik. Want volgens mij komt ook het werkwoord ‘werken’ niet in de vocabulaire van de goedlachse Curaçaoënaar voor. Echt waar, die man doet de hele dag niks anders dan in zijn auto rijden, siësta houden en een beetje rondsjokken. En af en toe bestuurt hij de kraan om een boot in of uit het water te hijsen. Pffff… 

Zondag wordt het dus. Of toch niet? Het waterpeil is volgens Hensley erg laag. En de diepte op de plek waar we te water gaan is niet veel meer dan de diepgang van onze dame. We zien zelf ook dat het inderdaad opvallend laagwater is. ‘s Middags dan misschien? Want volgens Google is het dan hoogwater. “Mag het ook maandagochtend?” Ja hoor, dat vinden we ook ok. Toch niet zo’n zin om op zondag te ‘werken’?… 

Op maandagochtend om 9.00 uur zijn wij er helemaal klaar voor. Koen zoekt nog even de bruine wc-pot op en ik ruim de ontbijtboel weg. ‘Knock knock.’ Hensley staat naast de boot met een ijzeren staaf in zijn hand. “Klein probleempje. De versnellingspook van de hijskraan is afgebroken… dus we kunnen de boot niet te water laten nu.” Zie je wel… Koen en ik zagen gistermiddag al dat Hensley samen met zijn hulpje Norman bij het bestuurdershokje van de kraan aan het klooien was. We vroegen ons toen al af wat ze toch aan het doen waren. Vast en zeker was dat ding toen al kapot… Maar ja, wat er ook gebeurt altijd blijven lachen. Dus ik lach het vriendelijk weg en hij belooft dat we ‘s middags te water kunnen. 

Onverwacht een vrije ochtend dus. En wat doe je dan? Shoppen. Met zo’n mooi winkelcentrum op loopafstand worden nieuwe gympen voor Koen gescoord. 

Net na de middag zien we Christobal met zijn lasspullen naar de kraan sloffen en anderhalf uur later staat de kraan bij de HM om haar van de bokken te hijsen. Maar niet voordat er twee borgpennen in de bevestiging van de hijsbanden aan de kraan worden geplaatst. Ik heb die pennen al de hele week ergens rond zien slingeren. Ook tijdens het vervoer van enkele andere boten. Maar ik zie de HM toch graag veilig vervoerd. Het zal je maar gebeuren, dat die hijsbanden los raken terwijl ons hele hebben en houden erin hangt. Neeee, dat wil ik niet meemaken! En vooral niet nadat we afgelopen week een reglement onder de neus geschoven hebben gekregen waarin staat dat de marina niet aansprakelijk is voor schade ontstaan bij de haul & launch.  

En dan drijft ons huis weer. Superfijn! Ik ben blij! Ik kan weer naar mijn eigen wc, op het water zijn (bijna) geen muggen en we kunnen ‘vakantie gaan vieren’, het werk is klaar. We vragen Hensley of we nog een paar dagen aan de kade mogen blijven liggen. Dat is makkelijk in verband met de boodschappen. We willen overmorgen afreizen naar Bonaire. Maar eerst nog even afrekenen. “Hoeveel zijn we je nog verschuldigd?” “Hebben jullie het opgeschreven?”, vraagt onze vrind voorzichtig. Natuurlijk hebben we dat… Hij dus niet… Geen kwitanties, geen administratie… Maar wel gelijk akkoord met hetgeen wij hem voorschotelen als uiteindelijke afrekening…

Norman biedt aan dat we zijn auto morgen mogen lenen. Dan kunnen we daarmee naar Willemstad om uit te klaren en grote boodschappen doen. Super attent! “Vanaf de vroege ochtend?” “Ja hoor, geen probleem, kijk maar wat jullie het beste uit komt.”

En dus staan we de volgende ochtend om 9.00 uur bij de woning van Norman. Die woning is een deel van een container bij de werkplaatsjes van de werf waarin hij slaapt, koken doet hij buiten. Hij gebruikt de douche en het toilet in het openbaar gebouw van de marina. Norman is heel behulpzaam. Zorgde de afgelopen weken voor een ladder en een steiger die we konden gebruiken bij onze werkzaamheden. En oliedrums om een tijdelijke werkbank voor Koen te creëren. En Koen leende zijn auto al eerder voor een boodschap. Nu staat die auto echter niet op zijn plek. En ook Norman is in geen velden of wegen te bekennen. En niemand weet waar hij uithangt. Och, we hebben de hele dag de tijd. We kletsen wat hier en kletsen wat daar. Koen speelt met de honden. We houden anderen wat van hun werk. Een uur later nog geen Norman. Hensley maar eens vragen waar zijn werknemer uithangt. “Geen idee! Maar ik kan hem wel even bellen zodra ik een telefoonkaartje gekocht heb.” En aangezien wij gisteren onze rekening contact vereffend hebben en er dus geld in de knip zit, gaat hij meteen op pad. Een half uurtje later weet hij ons te vertellen dat Norman naar fysiotherapie is en daarna naar zijn zus en waarschijnlijk pas ergens in de middag terug is. Jeetje… Ja, ik weet het: we zijn in de Carieb. Daar waar de spreekwoorden net iets anders zijn dan in Nederland: afspraak is geen afspraak.

En omdat we hier al enkele jaren vertoeven zijn we er al een beetje aan gewend. We lopen naar de bushalte en nemen de bus naar Willemstad. We klaren uit, eten vieze saté met friet bij een armoedige Chinese snack, genieten nog een keer van de kleurige Handelskade. Bij het busstation wachten we geduldig op de bus richting Piscadera. Nadat er al diverse bussen vertrokken zijn en onze bus er wel al staat maar nog zonder chauffeur, vraagt een magere  getinte scholier van een jaar of 14, gekleed in de typische schoolpolo, skinny jeans en hagelwitte sneakers, waar we naar toe moeten. We wijzen naar de betreffende bus: “we moeten met die bus mee”. Ok, dan is hij gerustgesteld, hij vond het maar raar dat we zo lang op het bankje bleven zitten en niet in de rij die zich inmiddels bij de nog afgesloten bus heeft gevormd, aansloten. Wat lief en welopgevoed!

Als we terugkomen op de werf is Norman terug van zijn uitstapjes. Duizendmaal sorry. Ach jongen, het maakt niet uit. Alles kom goe. Maar mogen we de auto nog wel even meenemen om boodschappen te doen? “Ja hoor, geen probleem, kijk maar wat jullie het beste uit komt.” Die kennen we… dat betekent nu gelijk de sleutels aannemen en gaan…

Na een afscheidsborrel met zeilers Bart en Jenneke die voorlopig nog even op Curacao blijven om hun eerste kindje te verwelkomen, gaan we een kort nachtje slapen om rond de klok van drie uur ‘s nachts te vertrekken naar Bonaire. Mijn eerste ‘grote’ zeiltocht na ruim zeven maanden. Wel weer even spannend. En dan ook nog in het donker vertrekken en een smalle ingang van de baai uit. Maar natuurlijk gaat het allemaal goed. We hebben immers de track van de heenweg opgeslagen en die kunnen we op de plotter exact volgen voor de terugweg. Als we eenmaal op open zee zijn zeilen we met een lekker briesje aan de wind wat van de kust af. We zullen een paar slagen moeten maken en hopen dat we in de loop van de dag, als we de oostpunt van Curacao gerond hebben in één slag naar Kralendijk kunnen varen. 

Omdat we op onze koers in de verte verlichting van een schip zien dat niet op AIS te zien is, blijven we allebei in de kuip zitten. Zodra we het gepasseerd zullen zijn gaat één van ons slapen want vijf uurtjes slaap was toch wel erg weinig. De verlichting van het onbekende schip bestaat uit een rij horizontale oranje lampjes. Later brandt ook de witte verlichting van een klein flatgebouw zoals op zeeschepen vaak te zien is. Plotsklaps gaan alle lampen uit en blijft er slecht één wit lampje over. Huh!?!? Wat is dit nu weer voor een spookschip? Lekker! Nu is het in combinatie met de golven lastig in de gaten houden waar het schip zich bevindt. We zien een schip op de AIS, maar die vrachtboot is ongeveer 10 mijl bij ons vandaan. Dat kan ‘m niet zijn, dan hadden we de verlichting niet zo duidelijk kunnen onderscheiden. Koen zet de radar aan. We lokaliseren het spookschip, het lijkt stil te liggen op 2 mijl ten zuidoosten van ons, exact op de koers die we zeilen. We lijken er voor door te gaan, dan weer achter door, dan weer liggen we op ramkoers. En dan constateert Koen dat het schip precies 2 mijl bij ons vandaan blijft. Het lijkt dwars op te schuiven met dezelfde snelheid, zo’n 5 knopen, welke wij ook varen. Vreemd… Koen vindt dat ik toch maar moet gaan slapen. Hij wil binnen een paar uur z’n ogen namelijk ook nog wel even sluiten. Ik plof op de bank in de kajuit en dut weg. Als ik wakker word is het nog steeds donker, het spook is niet meer te zien. Waarschijnlijk is het een marineschip geweest. Op oefening? Of op patrouille? Er wordt hier door de kustwacht en de marine veel gepatrouilleerd. De vluchtelingenstroom vanuit Venezuela is gigantisch en richt zich ook op Curacao. Daarnaast is drugssmokkel hier ook welig tierend. Regelmatig lezen we over (onderschepte) drugstransporten waarbij over het algemeen het witte poeder ergens op zee gedumpt is.

We gaan overstag en Koen duikt de bank op. De zeilen staan strak aan de wind, we koersen nu noordoost richting de zuidkust van Curacao. We gaan hartstikke lekker, Taurus de windvaaninstallatie doet het werk en ik nestel me met af en toe gesloten ogen op de kuipbank. De zon is inmiddels op, maar grijze wolken belemmeren haar om de Caribische zee mooi diepblauw te laten kleuren. Toch herken ik de ondiepten voor de kust goed door het kleurverschil in tinten blauw. Ik vraag de slapende kapitein om mij even te helpen met het overstag gaan. Ik gooi het roer om, de zeilen gaan over naar stuurboord, even de juiste koers oppakken, Taurus weer aan het werk zetten en Koen kan weer gaan slapen. Ik zie ver weg, ten zuidoosten, iets geels. “Wat is dat daar?” “Oh”, zegt Koen, “dat is een boei. Zo één waar ze metingen mee doen. Bij Klein Curacao liggen er ook nog twee.” Ok, die dingen had ik hier nog niet eerder gezien. Koen sluit zijn ogen, ik kijk nog eens om me heen, installeer de kussens aan de andere kant van de kuip wat nu de lage kant is, kijk nog eens om me heen, zie niets spannends en sluit mijn ogen. ‘Boem, klabam, bam, bam, bam, bats!’ Ik schiet met een wild kloppend hart overeind. “Wat gebeurt er!?!?” Koen staat met 2 seconden buiten. “Het is die boei!” Gvd#!… Ik ben tegen die gele boei aan gevaren. Godvernondenakendeju (sorry alle gelovigen, op dit moment komt toch even het diepgewortelde uit mijn tenen komende scheldwoord van mijn pappa naar boven borrelen). Ik vaar gewoon tegen een boei aan die ik nog geen tien minuten eerder gewoon gezien heb! Hoe dom en blond kun je zijn?! Koen gaat in de slaaphut kijken of hij geen lekkage of iets dergelijks ziet. Ik ga met gevaar voor eigen leven over de reling hangen om te bekijken wat de schade aan de buitenkant is. Een vette gele streep en op diverse plekken diepe krassen. Enkele tot op het kale staal. Als een soort van stippellijn over de gehele stuurboordkant van de HM. Gvd#!…

Koen zegt niets en gaat weer liggen. Ik zit op het randje van de kuipbank met een vette knoop in mijn maag. Wat stom! En wat een zonde van alle bloed, zweet en tranen die het weer enigszins roest- en krasvrij maken van de boot ons de afgelopen weken hebben gekost. En ze glom weer zo mooi… snik…

Het enige excuus is dat de boei niet op de kaart staat. Maar dat is een hele slechte, dat besef ik me terdege. Het gele gevaar lag ook niet op mijn koers nadat we overstag waren gegaan, maar door de stroming en de toch wel sterke wind zijn we wat opzij gezet waardoor de boei op ramkoers kwam te liggen.

Na een half uurtje staat Koen op en gaat brood smeren. Ik hoef niets, mijn maag zit vol met ellende, daar past geen eten meer bij. Er volgt geen geruststellend woordje van de kapitein. Hij is ruw uit zijn powernap gerukt en vloog van schrik bijna tegen het plafond. Hij denkt ook aan al die uren roest bikken, schuren, plamuren, schilderen etc. Hij was zooooo blij om daar even vanaf te zijn. En nu mag het weer opnieuw. Ik beloof hem dat ik de schade (met een beetje hulp van hem) zal herstellen. En dat doe ik dan ook. Het wordt niet echt strak, onzichtbaar en glanzend want het moet vanuit een wiebelend Bijtje naast een deinende HM. Maar hopelijk is het wel weer allemaal goed beschermd. Ik doe het zonder te mopperen alhoewel ik af en toe bijna zeeziek uit de dinghy kom. Maar als ik dan om me heen kijk, kleurrijk Bonaire zie, de zon op mijn gezicht voel, denk aan de gezellige mensen om me heen en de kapitein met zijn lieve blauwe ogen, dan kan ik niet anders dan blijven lachen wat er ook gebeurt. En van een afstandje lijkt de majesteit onaangedaan, strak in de lak en glimmend te dobberen in het kraakheldere turquoise water voor Kralendijk. Wachtend op een mooi weervenster om richting de noordelijke Westindies te zeilen. Naar Sint Maarten of één van de eilanden daar in de buurt. Om vervolgens eiland hoppend af te zakken naar Martinique. Daar komen lieve vrienden uit Nederland aan boord. Zin in! En daarna? Ach we zien wel… Heerlijk toch, dat we dat nog even niet weten?!…

Met z’n tweetjes, 29-05-2019

En dan zijn we onderweg. Begonnen aan de tocht die mij sinds de aankomst in Cuba al zorgen baart. Reden? Omdat ik de golven die we toen mee hadden liever niet tegen had… De tocht van Jamaica naar Puerto Rico, 535 mijl tegen wind, stroming en golven in. Lees verder »

No problem, 03-05-2019

We zijn weer onderweg. Dit seizoen maken we mijlen. Als we vanuit Cienfuegos in Cuba vertrekken hebben we er vanaf eind december al ruim 2000 (ongeveer 3700 kilometer) onder de kiel zitten. En voordat we in Bonaire zijn, de overzomerplaats van dit seizoen, zullen er nog zeker 1500 mijl bij komen.  Lees verder »

Op vakantie, 26-03-2019

De koers is west-noordwest. Vanaf onze ankerplaats aan de zuidkant van de eilandengroep ‘Jardines de la Reina’. We zetten koers naar Cienfuegos en zeilen ten westen van het langgerekte rif noordwaarts. Vanuit Cienfuegos willen we Cuba verder via land gaan verkennen. Op weg naar west-noordwest en in de Carieb komt de wind altijd uit oost. Dat worden dus een kleine 200 mijl heerlijk halve of ruime wind zeilen. Denken we.  Lees verder »

Stil, 19-03-2019

Ik word wakker. Het is stil. Doodstil. Dat klinkt als een naar woord. Maar doodstil kan ook heel fijn zijn. Het verbaast me dat het doodstil is. Was ik ooit ergens waar de stilte zo stil was? Echt stil, geen geluid. Alleen het ruisen van het bloed in mijn hoofd. Maar verder registreren mijn oren niets. Echt helemaal niets. En ik ben niet doof. Het voelt weldadig. Lees verder »